Statistiek en astrologie volgens Dane Rudhyar

door Sjoerd Visser

'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid (J.A. dèr Mouw) (*)

> Index <

Inleiding

> Top <

Dit is een bespreking van het artikel Dane Rudhyar - Statistical Astrology and Individuality. Een fragment ervan was onderdeel van het artikel Basale statistiek en kansrekening voor astrologen, maar omdat dat artikel veel te lang werd, werden de artikelen opgesplitst. Dat zal in de toekomst vaker gebeuren om de complexe materie waarover ik schrijf enigszins behapbaar te houden.

Het hele artikel van de geniale astroloog, schilder en metafysicus Dane Rudhyar (1895-1985) is de moeite van het bestuderen beslist waard, omdat het u in een notendop de positie van astrologen tegenover het gebruik van statistische methoden in de empirische wetenschappen weergeeft. Toen Rudhyar het in 1971 publiceerde hadden de p-waarden van statistische toetsen hun waarde bewezen en waren ze een verplicht onderdeel van het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO) geworden.

De waarde en de beperkingen van p-waarden zou ik pas later begrijpen toen ik geneeskunde studeerde. Daarbij ging het om de belangrijke vraag of een vermeend medicijn of vergif gemiddeld gezien effectiever was dan placebo of niet. En het was me een genoegen om dezelfde methodieken veertig jaar later toe te passen op een gerenommeerde astrologische database. En nu ging het om de vraag of een astrologisch benefic of malefic aspect meer dan gemiddeld werkzaam is of niet. Als dat met een aanzienlijke effect-waarde het geval is, zouden de gevonden correlaties een plaats verdienen in de astrologieboeken, maar als dat niet het geval is natuurlijk niet.

Maar astrologen hadden grote moeite met de toepassing van statistische toetsen op hun astrologische claims en probeerden de waarde van de statistische methoden met alle macht te ontkrachten. Zo ook Dane Rudhyar, wiens artikel ik bij nader inzien zou willen typeren als het toonbeeld van Cruijffiaanse logica, omdat zijn betoog voor een redelijk denkend mens niet meer te volgen is, maar daarmee ook lastig te weerleggen is. Want op het eerste gezicht oogt zijn retoriek als diepzinnig en waar.

Cruijffiaans kenmerkt zich door een verzameling woorden uit het voetbaljargon, het plat Amsterdams en oneliners die het midden houden tussen paradoxen, inzicht en open deuren. Taalkundige René Appel meent dat Cruijff 'op een heerlijke manier uitdrukkingen verkeerd gebruikt.' Omdat Johan Cruijff voor zijn toehoorders vaak niet te volgen was, spreekt men van Cruijffiaans taalgebruik.

Hoewel de opvoedkundige waarde van dergelijke betogen gering is, gaat het toch wel om een vermakelijk en leerzaam artikel, dat u stimuleert om dan maar eens zelf na te denken. Hoe zit het dan wel in elkaar? Maar voor het eigen publiek kan zo'n retorisch woordenspel wel als ongelooflijk waar overkomen, zoals ook een mysterieus gedicht dat onze gevoelens aanspreekt, ons volledig en perfect kan toeschijnen. Dit ruimdenkend genie op zijn terrein - religie, voetbal, politiek of waar u maar meer behoefte aan hebt - vat iets kort en bondig samen dat gewone mensen nog niet ten volle kunnen bevatten. Het is dan alsof de apostel Paulus tot u spreekt over de aanstaande ontknoping van een groot mysterie (1 Korinthiërs 13:12):

Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben.

Maar het klinkt ook als de zoveelste leugen van een Donald Trump, Vladimir Putin of Xi Jinping:

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, als ik maar mijn gang kan gaan.

Veel astrologen zien de astrologie als een manier om tot zelfkennis te komen. En dat lijkt me inderdaad de belangrijkste functie van de kabbala, astrologie en andere vormen van metafysisch weten. Het stimuleert u om op een andere manier na te denken en oog te hebben voor de raadselen van ons bestaan.

Maar u moet ook niet in een stokoude occulte zienswijze blijven steken, zolang die waarheid zich nog maar aan een paar mensen heeft geopenbaard. Want of die metafysische stellingen dan nog wel kloppen, is dan wel een gerede vraag. En als miljoenen gelovigen al duizenden jaren tevergeefs op de dag des oordeels zitten te wachten, mogen de hooggestemde verwachtingen van hun apostelen beslist nog wel wat worden bijgesteld. Gelovigen zitten daar zelden mee, maar voor sceptici zijn dergelijke aannames niet zo vanzelfsprekend.

Maar het is lastig om u van een mogelijk vals, maar dierbaar geloof te distantiëren, als hun voorgangers zich als wijzen aan het publiek presenteren, terwijl u het gevoel hebt dat hun denken veel te snel voor u gaat. Hoe controleert u dan hun verhaal? Bent u dan dom en onwetend of zijn uw leraren en hun publiek dat? Of is het meer een didactisch of communicatief probleem? Spelen emoties en andere belangen een rol? Dan kunt u natuurlijk argumenteren totdat u er dood bij neer valt.

Bij gebrek aan kennis moet u zelf harder studeren, maar anders kunt u uw leraar maar beter op de inconsistenties in zijn betoog wijzen. Want u begrijpt zijn voorstelling van zaken niet. Die bevragende attitude is een noodzakelijke onderdeel van uw Bildung, het proces dat u helpt om volwassen te worden. Het helpt niet alleen u, maar ook uw leraar en zijn volgelingen om scherper te zien en beter te formuleren.

Zonder zo'n kritische dialoog maakt iedere leerling er weer zijn eigen versie van, zoals zo vaak gebeurt wanneer mensen elkaar klakkeloos verhalen doorvertellen. Bij het doorgeven van exacte maten en wiskundige formules zal dat minder snel gebeuren, maar bij het gebruik van ruim interpreteerbare woorden en symbolen ligt het gevaar van misvorming van de oorspronkelijke boodschap altijd op de loer.

En als uw leraar u dan als een onoplettende domoor bestempelt, dan kunt u hem op de grote filosoof Socrates wijzen, die als enige wijze man in Athene doorhad dat hij eigenlijk niet zoveel wist. En niet toevallig waren het de vrouwen uit zijn leven, van een profetes uit Delphi tot de meer profane Xantippe, die hem hier aldoor op wezen.

Om die reden kan een dialoog met traditioneel minder bedeelden als vrouwen, kinderen en slaven ook voor de grootste leiders en leermeesters nog wel eens van meerwaarde zijn. Vaak moeten ze hun verheven inzichten nog wat bijstellen. Want argumenten die voor een nobel mannelijk publiek op de agora voortreffelijk werken, kunnen in achterstandswijken en zelfs bij u thuis nog wel eens averechts uitwerken.

Ik denk dan aan de niet door Plato gepubliceerde, echtelijke twisten van Socrates met zijn nog jonge vrouw Xantippe, die zijn eeuwige waarheden weer vanuit een geheel ander gezichtspunt bezag, namelijk vanuit een in de Atheense mannenwereld ongehoord feministisch perspectief. Ze gaf hem zo nu en dan een schop onder de kont in zijn zoektocht naar het wonderbaarlijke.

Die minder bedeelden hebben blijkbaar een ander kijk op de werkelijkheid dan u en dat maakt de samenwerking met hen een stuk lastiger. Moet u ze dan negeren, uitroeien of anderszins monddood maken? Dat laatste klinkt misschien een beetje onbeschaafd, maar zo kwamen uiteindelijk de grote wereldreligies en beschavingen wel tot stand.

De door Aristoteles onderwezen Alexander de Grote was bepaald geen lieverdje voor andere beschavingen. Een door hem belegerde stadstaat kon kiezen tussen verwoesting of overgave. Wie niet meewerkte werd gedood of tot slaaf gemaakt. En wie meewerkte werd in het gunstigste geval een braaf betalende belastingbetaler aan degene die hen zijn beschaving opdrong.

En ook de verheven keizer Constantijn de Grote, die het Christendom in Europa institutionaliseerde, stelde zijn doop met opzet uit, zodat hij nog een tijdje door kon gaan met moorden. Onder het motto van de jonge kerkvader Augustinus die tot God bad: “Geef me kuisheid en matigheid. Maar nu nog even niet”.

Deze staatslieden hadden blijkbaar moeite met het tragische “Uw wil geschiede” van Socrates en Jezus die zonder geweld te gebruiken ten onder gingen. Door dat soort verhalen is de geschiedenis soms moeilijk te volgen.

Het gevoel van “ik kan het niet volgen” overkwam mij als student scheikunde tijdens de lessen kwantum fysica eind jaren zeventig, maar ook wel in de kerk of tijdens een lokaal politiek debat. Dat gaf mij een soort Kick inside zoals de zangeres Kate Bush (1957) haar spirituele wake-up call op jonge leeftijd al verwoorde. Ik koos als lid van haar Verloren generatie uiteindelijk voor een meer praktische studie en werd sociaal geneeskundige.

In die sociale wetenschappen is de vraag of iets werkt, bijvoorbeeld het tonen van een glimlach of een complimentje, belangrijk dan de vraag hoe het precies werkt. En ook in onze dagelijkse praktijk gaat het meer om de juiste toepassing van praktische kennis, dan dat u weet hebt van al die daarbij betrokken biochemische en fysische processen. Want het gewone leven is al ingewikkeld genoeg.

Laten de deskundigen maar over de theoretische details twisten, voor leken is het nuchtere advies van een Lieve Mona meestal goed genoeg. Om al die moleculaire processen op ieder moment voor ieder individu weer in iedere cel na te pluizen is beslist ondoenlijk. Op het niveau van de natuurwetenschappen kan niemand het hele plaatje nog overzien. En daarom modderen we maar wat aan via trial and error op een veel abstracter niveau, van leren in de praktijk tot aan experimenteel onderzoek in laboratoria.

Maar kunt u met zo'n fundamenteel gebrek aan kennis nog wel wat over de kosmos zeggen? Ja, zeker wel. In ieder geval wel voor dat deel van het plaatje dat u kunt overzien. En dat gaat natuurlijk altijd met vallen en opstaan. In de biologische en culturele evoluties ging het ook op die manier. Maar ondanks die levendige dynamiek op cellulair en atomair niveau ziet ieder levend wezen er iedere dag nog wel herkenbaar uit.

Hoe brengt de Kosmos orde en regelmaat aan in die ogenschijnlijke Chaos? Dat is de grote vraag van alle wetenschappers en denkers. Biologen spreken dan van zeldzame adaptieve mutaties, tegen een achtergrond van noodzakelijke homeostase. Sociologen hebben het over culturele revoluties en perioden van consolidatie, maar ook astrologen hebben daar hun ideeën over.

Zo brengen astrogen uw gevoelsleven in verband met de maan. Grote veranderingen in uw gevoelsleven beslaan doorgaans vele maanden. Uw eerste glimlach komt al na vier tot zes weken tot stand, ook al zijn uw ouders monsters. Dat is in de tiende maand na uw conceptie. En de daarvan afgeleide sociale glimlach negen maanden na uw geboorte of achttien maanden na uw conceptie werkt nog steeds in de sociale jungle van vandaag. Zeg maar vanuit de maan gezien in uw tiende of zevende huis. Dat soort repeterende patronen hebben grote geesten als Pythagoras en Placidus aan het rekenen gezet.

Dát complimenten meestal werken, weten de meeste mensen wel en ook astrologen hebben hier ervaring mee opgedaan. Maar er kunnen ook meer wetenschappelijke vragen gesteld worden over dit hechtingsgedrag. Daarvoor moet u die vragen nader specificeren. Het gaat dan om onderzoeksvragen als: Wat bedoelen we in dit verband met “meestal wel”? Hoeveel complimentjes moet u geven en voor hoe lang? Wanneer zeggen we eigenlijk dat “iets werkt” en hoe bepaalt u dat in een afzonderlijk geval? Hoe moet u het complimentje geven? Werkt een compliment voor Socrates ook bij Xantippe of heeft ieder mens weer zijn eigen voorkeuren? En zijn die verschillen groot of klein? Gaat het om de kwaliteit of de kwantiteit ervan? En hoe kunnen we die kwalitatieve en kwantitatieve effecten meten?

Dat zijn de voor de hand liggende vragen, waar een Lieve Mona op basis van intuïtie en gezond verstand vaak ook wel wat zinnigs over zeggen kan. En dat een glimlach doorgaans een positieve uitwerking heeft, zullen zowel astrologen als psychologen onderschrijven. Er zal hoogstens wat discussie ontstaan over de details. En wat de belangrijkste uitzonderingen op die regel zijn en en wanneer ze al dan niet optreden, dat moet nader empirisch onderzoek uitwijzen, waarbij astrologen natuurlijk weer naar andere factoren zullen kijken dan sociale wetenschappers.

Maar ze hebben wel dezelfde toetsbare sociale realiteit met elkaar gemeen. We spreken dan van een empirische wetenschappelijke benadering, omdat de basis van de kennis uit de sociale praktijk komt, in plaats van dat alles van te voren beredeneerd werd, zoals bij een formele wetenschap als de wiskunde of een systeemtheorie.

Bij een formele wetenschap, of een bepaald geloof zo uw wilt, gaan de aanhangers uit van onomstotelijk waar zijnde axioma's of dogma's. Maar bij de empirische benadering zijn de uitgangspunten van het geloof slechts tijdelijke postulaten, hypothesen die nog bewezen moeten worden. Als de empirische feiten iets anders aangeven, of als de postulaten niet bewezen kunnen worden, dan gelden ze voor de moderne empirische wetenschap niet als bewezen.

De astrologie is van oorsprong een empirische wetenschap, waarin er hypothetische verbanden onderzocht werden tussen de standen van de planeten en sterren en gebeurtenissen op aarde. De meest in het oog springende verbanden werden door astrologen vastgelegd en als astrologische aforismen verwoord. En het spreekt vanzelf dat als die regels nog steeds kloppen, ze ook in de hedendaagse empirische praktijk terug te vinden moeten zijn. Dan stellen astrologen terecht dat hun methode werkt.

Maar zodra het gaat over de meetbaarheid van die veronderstelde astrologische effecten, doen vrijwel alle astrologen ongelooflijk moeilijk. Net zoals de Amerikaanse president Donald Trump in de weerstand schoot, toen hem gevraagd werd naar zijn belastingaangifte. Ineens was het landsbelang in gevaar. Wat is er dan aan de hand?

Dan stuiten we blijkbaar op lastige materie die niet ingewijde leken (sukkels) op dat vakgebied niet kunnen begrijpen. Geruchten over lijken in de kast, waar de op uw ondergang beluste vijanden ongetwijfeld gretig misbuik van zullen maken. Dat moet u beslist verhoeden. En probeer in zo'n heikele situatie maar eens eerlijk en transparant te zijn.

Trump benut dan een team van advocaten en sinistere vrienden die weer een andere draai aan zijn verhaal mogen geven. Maar ook astrologen kunnen door nieuwe ontwikkelingen opeens in de problemen komen. Want ook astrologen hebben als experts op hun vakgebied wel eens moeite om de astrologische regels van hun voorgangers in de praktijk toe te passen. Evenals politici stuiten ze steeds weer op nieuwe situaties, die toch weer onverhoopt een uitzondering op de regel blijken te zijn. En dan blijken de oude procedures ineens niet meer te werken.

Hoe gaat u daarmee om? Zoiets vraagt om nader onderzoek. En als de cijfers toch niet kloppen moet u natuurlijk voor nog meer diepgang en kwaliteit op maat gaan. Bijvoorbeeld door aldoor op de vermeende tekortkomingen van uw critici te hameren, terwijl uw vrienden juist zo aardig en bekwaam waren. Dat kan toch geen toeval meer zijn?

Maar is dat geen drogreden? Ja, maar drogredenen en misleidende kreten werken prima als u via beeldvorming in de media invloed op de rechtsgang hebt. Dictators en managers passen die trucs al jaren met veel succes toe. Als niemand er zich verder mee bemoeit en u in alle rust ieder detail met uw advocaten en vrienden uw verhaal uit kunt werken, dan lijkt uw versie van het verhaal toch wel weer te kloppen. En dan kunt u weer aan het werk gaan. Zo werkt het nu eenmaal (voor u).

Maar wat bedoelen astrologen eigenlijk als ze zeggen dat astrologie werkt? Wat verstaan ze onder kwaliteit en wat onder kwantiteit? Welke informatie is relevant voor hun visie op het individu, de samenleving of groepen daarvan? En hoe en waarin verschilt hun visie van andere disciplines? Hoeveel ervaring moeten astrologiestudenten opdoen voordat ze het hele plaatje begrijpen? En waarom kunnen astrologen hun inzichten niet zo eenvoudig met anderen delen? Wat telt voor hen? Waar gaat het hen om?

Over dergelijke mysteries laten we straks Dane Rudhyar aan het woord, die ons uitlegt wat de astrologische bezwaren tegen de statistische methodieken zijn. Rudhyar zal u ook uitleggen hoe het astrologisch onderzoek veel beter kan. Maar ik lever u wel meteen mijn commentaar zijn stellingen , om u op de vele lacunes en inconsequenties van zijn astrologische denken in mogelijkheden te wijzen. Want als u snel door zo'n tekst heen gaat, vallen zijn sofistische wendingen u misschien niet eens meer op. Zijn betoog staat vol met klassieke drogredenen, die u zonder leeswijzer misschien niet herkent. En zo werken helaas ook de reclamebureaus, mannetjesmakers en ministeries van propaganda. Daarom is het wel goed om erbij stil te staan en is dit artikel ook voor niet astrologen interessant.

Een drogreden (syn. schijnreden, sofisme) is een reden of redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt. Drogredenen worden vaak in discussies gebruikt, maar ook wel in andere situaties.

Wat me vooral teleurstelde waren de vele relevante feiten die Rudhyar NIET de moeite waard vond om te vermelden. Onder het mom van holistisch denken vertelde Rudhyar u dus niet het hele verhaal. En dit komt vaker voor als mensen elkaar perfecte verhalen vertellen. Ego's en groepen mensen menen vaak het hele plaatje te kunnen overzien en maken daar een groot verhaal van. Maar na een tijdje komt er altijd wel “onredelijke” Xantippe in uw leven, die uw “eeuwige waarheid” weer op zijn plaats zet. Dat geeft een gezonde dialogische strijd tussen de seksen, die ooit een onafscheidelijk geheel waren volgens de scheppingsverhalen.

Zie mijn commentaar op Rudhyar dus niet als een aanval op de persoon of datgene waarvoor hij staat, want daar gaat het me helemaal niet om. Dat zou net zoiets zijn als Cervantes Don Quichot als een dwaas te bestempelen en zijn knecht Sancho Panza als de ultieme realist. Maar dat is maar een klein deel van Cervantes verhaal, want die tegenstelling tussen realisme en idealisme doet zich op allerlei niveaus voor.

Don Quichot (Spaans: Don Quijote of Quixote) is de hoofdpersoon in de door Cervantes geschreven roman De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha. Deze roman bestaat uit twee delen: het eerste werd gepubliceerd in 1605, het tweede in 1615.
Het boek is een van de eerste geschreven romans in een moderne Europese taal. Het vertelt de komische reisavonturen van een oude edelman die denkt dat hij een dolende ridder is. Deze hoofdpersoon, Don Quichot, is het stereotype van de idealist, een dwaze held die zich met zijn goede bedoelingen maar onpraktische daden min of meer belachelijk maakt.

Ook mijn ridderlijk ego denkt niet altijd even helder en ordentelijk in de ogen van anderen. En ik kan me door onbedachtzaamheid in de juiste woorden en de exacte feiten vergissen. En ook de valkuil van het groepsdenken, met al die culturele vooroordelen die dat met zich meebrengt, is me als deelnemer aan het sociale verkeer bepaald niet vreemd.

Maar als een dierbaar iemand me niet begrijpt, en zeker als ik bij nader inzien mijn eigen woorden niet meer kan volgen, dan zal ik mijn standpunt toch moeten herzien, verhelderen of nader specificeren. Ook al oogstte ik ooit eens succes met mijn verhaal op een ander podium. Er bestaat nu eenmaal zoiets als voortschrijdend inzicht.

Het gaat me vooral om meer filosofische vragen als: Wat is nu eigenlijk redelijk denken? Vanuit welk perspectief werd dat bezien en wat mogen anderen daarvan verwachten? Wat is het verschil tussen redelijk denken en populistisch denken? En hoe komt het dat mensen die verschillende zienswijzen niet zo snel doorzien?

Daar kunnen zowel de wereldgeschiedenis als de wereldliteratuur u veel verhalen over vertellen. Er zijn namelijk aldoor meerdere zielen in uw borst, als u begrijpt wat ik bedoel, om Toonders stripheld Olivier B. Bommel te parafraseren. En om eerlijk te zijn begrijp ik de motieven van Heer Bommel vaak veel beter, dan die van de veel slimmere Tom Poes. En mijn sympathie gaat ook vaker uit naar de antiheld Donald Duck, dan naar zijn kleurloze neefjes.

Maar natuurlijk tellen de gevonden feiten nog wel in het avontuurlijke leven van een echte heer.



> Top <

Statistiek en astrologie volgens Dane Rudhyar

Dane Rudhyar (1895-1985) zet meteen de toon door het statistisch onderzoek van zijn collega astrologen als een modeverschijnsel te bestempelen. En daarmee suggereert hij dat iedere rechtgeaarde astroloog wel beter zou moeten weten. En inderdaad leverde al dat statistische onderzoek astrologen en hun cliënten maar weinig erkenning op.

The fashionable thing today for any astrologer who wishes to show his or her intellectual competence above the level of popular astrology is to start a "project" in which statistics will be used as a research tool. Many such projects have been started; some have led to "interesting" conclusions; others were given up, for the research produced only statistical nonsignificant results.

Het was Rudhyar niet ontgaan dat statistiek en kansberekening ten tijde van het schrijven van zijn artikel in de zeventiger jaren van de vorige eeuw een noodzakelijk onderdeel waren geworden van vrijwel ieder academisch vakgebied. Maar volgens Rudhyar zijn er veel problemen bij de statistische benadering van astrologische claims. Hij vraagt zich af of de procedures van “een bepaalde klasse van wetenschappers” wel van belang zijn voor een traditioneel weten als de astrologie en of ze voldoende aansluiten bij de behoeften van moderne burgers, waarvan een deel nog steeds in astrologie gelooft. Moet je die mensen nu met dit soort zaken lastig vallen?

Why and to what extent should the use of statistics according to procedures established by a certain class of officially recognized scientists be considered valid in the field of astrology? Are the astrologers who use this intellectual and analytical tool doing so in a truly significant manner, considering the traditional character of astrology or even in terms of a type of astrology fitting more meaningfully the need of present-day men and women? Why do they want now to use statistics?

Op de feitelijke inhoud van de resultaten gaat hij niet in, maar hij vraagt zich wel af wat de motieven van zijn meer empirisch ingestelde collega's wel eens zouden kunnen zijn. En daar geeft hij meteen al zijn mening over.

The last question is the easiest one to answer. Astrologers are living today in a society which puts a premium on intellectual-analytical disciplines; and at a time when the public interest in astrology has increased in a rather startling manner, two things have happened: (1) such a popularity has brought into the field many people who are trying to profit financially from it yet have no significant and proven knowledge of astrological methods and no conception of the astrological danger of their misuse in satisfying even more ignorant clients; (2) the worthwhile and trained astrologers suffer from being still scorned and ostracized by more scientifically trained persons who consider astrology to be a primitive superstition and who in this have the backing of old-fashioned laws so that indeed an astrologer even of the highest stature not only is not accepted in any official institution of learning – or, more recently, shoved in by the back door – but actually in most places is engaging in an illegal occupation, punishable by fine and/or imprisonment.

Hij komt tot de conclusie dat (1) met de populariteit van de astrologie ook de astrologische beunhazerij toeneemt en (2) dat “goed” opgeleide astrologen door meer wetenschappelijk opgeleide critici van de astrologie worden uitgemaakt voor bijgelovigen en charlatans. Het gevolg is dat veel astrologen zich wel gedwongen voelen om dan ook maar van die statistische methodes gebruik te maken om bij die “wetenschappelijke wereld” aan te kunnen sluiten of op zijn minst gevrijwaard te worden van juridische claims.

Het kwam blijkbaar niet bij Rudhyar op dat zijn collega's de claims uit hun astrologieboeken wel eens op een wat objectievere wijze wilden onderzoeken. Bijvoorbeeld, omdat hun met statistiek en kansberekening opgegroeide kinderen zich bij ieder astrologisch aforisme terecht afvroegen: Is dat wel zo? De waarde van de astrologie als traditioneel weten stond dus ter discussie. Het is merkwaardig dat Rudhyar deze voor de hand liggende reden om astrologisch onderzoek te doen niet noemt. Waarom niet zouden we ons af kunnen vragen? Is dat “not done” zoals vragen om een godsbewijs in de kerk? Maar daar gunt Rudhyar de lezer geen tijd voor, want hij gaat meteen door met zijn verdachtmakerijen via het stellen van bepaald niet open, maar insinuerende vragen.

En voor welke wereld kiezen die empirisch georiënteerde astrologen dan wel? En ook daar geeft hij een snel antwoord op, voordat de lezer de tijd gegund wordt om bij die vraag stil te staan. Volgens Rudhyar gaat het in wereld van de meetbare hoeveelheden vooral om de macht en het grote geld. Het gaat in de wereld van de getallen om banken en verzekeringsmaatschappijen die met een paar procent meer of minder inkomsten grote winsten kunnen maken, de kwantitatieve resultaten van rationele productiemethoden en om gehaaide politici voor wie iedere stem telt.

Thus, the eagerness which many astrologers display to use tools and methods of empirical research which today characterizes most branches of scientific enquiry is quite understandable. They hope and trust that by so doing they will be accepted on an equal footing by "the scientific community" whose influence dominates the modern mentality, especially in America. To use scientific methods is, therefore, a crucial matter involving social prestige and even security from legal prosecution. Thus, there must be "research" – this sacrosanct word among the intellectuals and directors of wealthy Foundations! – and any adequate type of research is supposed to make use of statistics. Statistics are used because any claim which aspires to be recognized as valid by the scientific mind (generally speaking and exceptions notwithstanding) must refer to measurable quantities. Our entire Western society is indeed dominated by quantitative values – by the amount of money involved, the number of war causalities, the time it takes for something to happen, and the percentage of successes and failures or yes or no votes.

Het gaat in die technocratische wereld slechts om kwantitatief meetbare zaken als winst, populariteit en economische groei waar de gewone man doorgaans maar het slachtoffer van wordt. Zoals Charlie Chaplin zo goed verbeelde in zijn tragikomische film Modern times.

En inderdaad zijn er rijke private en overheidsinstituten die het wetenschappelijk onderzoek willen sturen door het ene onderzoek wel te sponsoren en het andere niet. Evenals er talrijke lobbyisten rondlopen op plaatsen waar de politieke beslissingen genomen worden. Maar in tegenstelling tot de bankiers, zakenlieden en hun lobbyisten zijn wetenschappers zich wel degelijk bewust van het fenomeen belangenverstrengeling (pdf). En proberen ze dat uit alle macht te vermijden.

Maar doen astrologen als Rudhyar dan wel aan waardevrije wetenschap? Of proberen astrologen dat idee juist te ondermijnen? In Basale statistiek en kansrekening voor astrologen haalde ik Mellie Uyldert () aan, die er in 1951 het volgende over zei:

De saturnale mens, die de astrologie zou willen onderbrengen in de officiële wetenschap, wil de laatste in 't gevlei komen met keurige statistieken. Het is echter een bekwaam astroloog niet gelukt, uit honderd horoscopen van schizofrene mensen, een bij allen voorkomend element af te zonderen, dat op de ziekte zou wijzen. Wie was hier ontoereikend, de astroloog, of de arts, die de gegevens verstrekte? De arts, die alle uiterlijke verschijningsvormen onder het ene hoofd Schizofrenie brengt, terwijl de uranische astroloog ziet, dat de ene schizofrenie de andere niet is, dat de officiële wetenschap slechts werkt met het vereenvoudigde denken, dat alleen maar de concrete eindproducten van lange processen telt, terwijl die processen, die voorgeschiedenissen, heel verschillend kunnen zijn. Statistieken kunnen alleen maar fout zijn - een spel van het brein. Shaw zei: er zijn kleine leugens, er zijn grote leugens, en er zijn statistieken! Want de concrete eindvormen van processen (zoals een ziekte) zijn veel minder in aantal van verscheidenheid, dan hun voorgeschiedenissen. Bovendien weet ieder uit de praktijk dat elk mens zich spiegelt in zijn omgeving en alleen opmerkt wat bij hem past - elke arts en elke psycholoog (en elke astroloog) trekt zijn eigen soort patiënten aan, de een ziet in een winkelstraat andere etalages dan de ander, enz. Wij gaan allen langs onze magnetische lijnen, wij kunnen niet anders gaan, wij kunnen slechts doen wat wij niet laten kunnen. Daardoor is er nooit objectief onderzoekingsmateriaal!



Daar lijkt het wel op als Rudhyar de aard van statistische kennis als volgt typeert:

We are today so used to refer almost everything to the result of statistics, to quantitative measurements and percentages that not only have we forgotten what qualitative means, but we are even beginning to think of sexual experiences in terms of electronic measurements of the intensity of muscular action in orgasms. How tragic!

Maar zijn dat goede argumenten in deze context? Werd door het meten is weten principe van de seksuologen Masters and Johnson opeens de liefde verkracht? Volgens de puritein Rudhyar blijkbaar wel. Moeten we dan maar weer in procreatie of in Venus als de godin der liefde geloven? Wat zou een moderne Xantippe daarvan vinden? Zijn er ook meer genuanceerde visies mogelijk? Ja, die waren er al. Maar Rudhyar vergat te vermelden dat de seksuologie een veel bredere insteek had dan de fysiologie van het orgasme. Hij reageert op een spectaculair onderzoek dat hij misschien uit de krant had vernomen, maar hij wekt niet de indruk ooit een seksuologisch boek uit zijn tijd serieus bestudeerd te hebben. Maar ondertussen haalt hij dat baanbrekende onderzoek wel naar beneden door het uit zijn context te halen.

Rudhyar verwoordt wel de kern van de kritiek van astrologen op de empirische wetenschappen: Het empirische onderzoek reduceert de complexe werkelijkheid tot een paar meetbare feiten. Maar hij toont hiermee tevens zijn onbegrip van het empirisme. Want doen de gevonden feiten er ineens niet meer toe? Moeten we dan maar in de alternatieve feiten van oude mannen en hun wijsheidsboeken geloven?

Het empirisme is een filosofische stroming waarin gesteld wordt dat kennis voornamelijk of geheel voortkomt uit de ervaring. Volgens de kennistheorie van het empirisme bezit de mens geen enkele vorm van aangeboren kennis, en moet bij de geboorte zijn geest opgevat worden als een onbeschreven blad of tabula rasa. Het empirisme staat in deze kennistheoretische opvatting tegenover het rationalisme, dat de rede en het denken aanwijst als voornaamste kennisbron.

Astrologen als Rudhyar bekritiseren het feit dat de statistische methoden ons op zich alleen maar wat over groepen kunnen vertellen. En dat klopt. U kunt dus niet zo maar wat generaliseren en u moet gedegen onderzoek doen naar zeer veel factoren voordat u iets zinvols over een specifieke kwestie kunt zeggen. Maar wat Ruhyar niet beseft is dat deze beperkingen ook gelden voor alle astrologische uitspraken. En al helemaal als we te maken hebben met zoveel niet goed onderzochte astrologische factoren. Want zelfs de meest basale astrologische aannames, zoals het idee dat driehoeken kwalitatief gezien anders dan vierkanten werken, zijn empirisch gezien nog steeds onbewezen astrologische hypothesen. Ze zijn gebaseerd op rationele speculaties, maar niet op gedegen empirisch onderzoek.

Er is dus veel geloof, hoop en liefde nodig om tot een astrologische interpretatie te komen. Als die interpretatie op het verleden slaat, dan zal de astrologische reframing ervan vaak nog wel kloppen, zeker als u uw levensverhaal met uw astroloog deelde. Evenals een goede pastor moet een astroloog vooral goed luisteren. Maar hoe het in de toekomst met u verder gaat is nog maar de vraag, want daar kan geen astroloog of pastor empirisch gezien iets zinnigs over zeggen. In tegenstelling tot uw belastingconsulent, arts, psycholoog of advocaat die met voldoende informatie u wel een prognose op hun vakgebied kunnen geven. Waarom voorspellen die specialisten zoveel beter dan de astrologen?

De grote truc van al die berekende empiristen is dat ze hun onderzoek vaak herhaalden onder dezelfde of juist met opzet wat andere omstandigheden. En zo konden ze zowel de empirische regels als de uitzonderingen systematisch onderzoeken. Daarom weten die deskundigen meer van de empirische praktijk dan de astrologen die er al bij voorbaat vanuit gaan dat een horoscoop met zijn transits zich volgens hun regels gedragen zal. Ook al hebben zij en hun beroepsgenoten er nooit systematisch empirisch onderzoek naar gedaan.

Wat Rudhyar blijkbaar nog niet beseft is dat ook kwalitatieve zaken als de mate van klanttevredenheid of het percentage rotte appels in de oogst gemeten kunnen worden. Via een retorisch woordenspel creëert Rudhyar een vals dilemma tussen kwaliteit en kwantiteit, zonder dat hij door heeft dat de pioniers op het gebied van de statistiek zoals Ronald Fisher en “Student” William Sealy Gosset, zich juist met kwaliteitsbewaking bezig hielden!

En dat werkt ook bij mysterieuze vragen zoals Ronald Fisher ooit aantoonde in zijn beroemde Lady tasting tea experiment.

In the design of experiments in statistics, the lady tasting tea is a randomized experiment devised by Ronald Fisher and reported in his book The Design of Experiments (1935).The experiment is the original exposition of Fisher's notion of a null hypothesis, which is "never proved or established, but is possibly disproved, in the course of experimentation".
The lady in question (Muriel Bristol) claimed to be able to tell whether the tea or the milk was added first to a cup. Fisher proposed to give her eight cups, four of each variety, in random order. One could then ask what the probability was for her getting the specific number of cups she identified correct, but just by chance.
Fisher's description is less than 10 pages in length and is notable for its simplicity and completeness regarding terminology, calculations and design of the experiment. The example is loosely based on an event in Fisher's life. The test used was Fisher's exact test.

Students taak was het statistisch analyseren van monsters uit de industrie en landbouw. Als uit een kleine aselecte steekproef van een partij gerst of bier bleek dat de kwaliteit ervan beneden de maat was, dan moest die partij uit de productie worden genomen. En dat principe geldt natuurlijk ook voor alle toetsbare astrologische beweringen en technieken. Als die niet beter werken dan door toeval kan worden verwacht, dan werken ze blijkbaar niet. Maar daar had Rudhyar een groot probleem mee. Het verklaart waarom Rudhyar niet ingaat op de resultaten van het empirische astrologie onderzoek van zijn collega astrologen, maar slechts op hun vermeende malafic motieven en de in zijn ogen rampzalige gevolgen van hun kwantitatieve onderzoeksmethode.

Maar inhoudelijk biedt Rudhyar geen enkel steekhoudend argument. Hij speelt alleen maar in op emotie. Het eigenlijke probleem, namelijk de voor astrologen onbehaaglijke boodschap dat er geen significante resultaten werden gevonden in statistisch astrologisch onderzoek, wordt genegeerd en in plaats daarvan worden de boodschappers en de aard van het onderzoek in een kwaad daglicht gezet. Maar is dat niet kenmerkend voor paranoïd denken?

Maar toch hoeft u daar geen dwaas voor te zijn, bewezen politieke slimmeriken als Donald Trump en Silvio Berlusconi. Ze praten en denken gewoon als de gewone man die lak heeft aan de historische waarden van de gevestigde academische wereld. Want dat genuanceerde academische verhaal met zijn vele facetten gaat de gewone kiezer toch altijd boven de pet. En zeker als die deskundigen elkaar ogenschijnlijk tegenspreken. Maar als een politicus aankomt met een simpel alternatief verhaal, dat zijn kiezers wel kunnen volgen, dan klappen ze voor die populist. Ineens snappen ze hoe het in elkaar zit. En dan zijn ze geen dom stemvee meer, maar schrijven ze geschiedenis in resonantie met een groot genie.

-----

Rudhyar gaat vervolgens nog een stapje verder met het betwijfelen van de waarde van wetenschappelijk onderzoek. Hiertoe geeft hij een beschrijving van een klassiek experimenteel laboratoriumonderzoek, dat vooral in de natuurkunde gebruikt wordt. Het gaat om experimenten onder laboratorium condities, waarbij deskundigen waarnemingen doen met gecompliceerde meetapparatuur, die ook nog eens reproduceerbaar moeten zijn.

The general approach featured by the scientific mind is also an empirical approach; that is, it deals with observable facts. Besides, these facts must not only be observable with our senses or their mechanical prolongations, but they must also be observable by any "trained" observer anywhere and under rigidly defined circumstances which theoretically can be reproduced at will. The results of the experiments are said to provide "knowledge" – knowledge of "reality," that is, of how anything in our environment (which is supposed to include the cosmic environment) works.

Als wetenschappers daar wetmatigheden uit afleiden is er pas sprake van “kennis” van de “werkelijkheid”, waarbij opvalt dat Rudhyar sommige woorden tussen aanhalingstekens zet en andere weer vet afdrukt. Het spreekt vanzelf dat Rudhyar betwijfelt of die in laboratoria opgedane kennis nog wel relevant is voor astrologen en gewone mensen. Het antwoord op die vraag is natuurlijk nee, want astrologen houden zich met echte mensen bezig en die leven niet in laboratoria. Alleen als die echte mensen moeten werken, leren of sporten, worden ze in bepaalde hokjes geplaatst: Scholen, kantoren, fabrieken en ga zo maar door. En dan zien we bepaalde gedragspatronen die we andere settings niet zouden zien.

Maar ook artsen en psychologen en wie eigenlijk niet, hebben te maken met echte mensen. Die belangrijke nuance brengt Rudhyar hier niet aan. Hoe doen die academici dat? Hoe kunnen ze enge ziekten behandelen, terwijl ieder mens toch weer anders is? Soms gebeurt dat inderdaad onder gecontroleerde omstandigheden, bijvoorbeeld tijdens een operatie of op de intensive care. Maar heel vaak mogen hun patiënten vrij rondlopen en krijgen ze hoogstens een vrijblijvend leefstijladvies.

Wat Rudhyar in deze context niet vertelt of wenst te erkennen, is het feit dat in vrijwel alle menswetenschappen waar het onderzoeksobject niet in een laboratoriumhokje is op te sluiten, van geneeskunde tot psychologie, onderzoekers massaal van statistische onderzoeksmethoden gebruik gingen maken. En dat deden ze omdat die statistische testmethoden in de empirische praktijk heel goed bleken te werken. Dat was dus geen modegril, maar het werd het nieuwe normaal. En dat gebruik leverde veel nieuwe kennis en inzichten op: Zowel kwalitatieve als kwantitatieve kennis, zowel kennis van de regels als ook van de vele uitzonderingen.

Maar die wetenschappelijke innovatie is juist wat Rudhyar als een moderne Don Quichot meent te moeten bestrijden. En de voor de hand liggende reden daarvoor, zal u inmiddels wel duidelijk zijn. Want juist dat statistisch onderzoek had astrologen en cliënten aldoor in hun hemdje gezet. Ze geloofden in iets dat niet bestond of iets dat op zijn minst nog niet “significant” aantoonbaar was. Hun goede naam was aangetast.

Experimenteel laboratoriumonderzoek is een prima middel om hypotheses onder gecontroleerde omstandigheden te testen, maar met observationeel onderzoek kan dat ook. Wie het plaatje van de nieuwe kleren van de keizer in Kennisvergaring door onderzoek versus selectief winkelen bestudeert, zou meteen al kunnen begrijpen dat het vooral om uw manier van waarnemen gaat.

Houdt u uw ogen waakzaam open en hebt u een open blik voor wat u in uw hier en nu ziet? Of leeft u alleen maar in een verkrampte staat van waakzaamheid zoals de lakeien van de koning? Durft u uw ogen echt te openen voor wat er zich voor uw ogen afspeelt of vreest u de consequenties daarvan, zodat u liever wegkijkt zoals de menigte in feite doet.

Dat zijn vragen naar hoe iemand in het leven staat. En dat zal iedere dag weer wat anders zijn, want u hoeft beslist niet iedere dag de strijd met draken aan te binden of het wiel opnieuw uit te vinden. Die rust zei u gegund. Dan maakt u gebruik van de kennis van de normale cultuur en wetenschappen, zonder u al te druk te maken over al die nog niet opgeloste maatschappelijke en wetenschappelijke problemen.

Maar als u op een ontspannen manier naar de wereld kijkt, kan er ook iets speciaals gebeuren, zoals bij kabbalist Isaac Newton die op een idee kwam toen hij een appeltje van de boom zag vallen in G'ds Universum. He, de appel valt naar de aarde toe, wat zou de Here daarmee bedoelen?

Of toen het Archimedes opviel dat de waterspiegel van zijn badkuip rees, nadat hij op dringend advies van zijn vrouw toch maar in bad was gegaan, in plaats van te blijven rumineren over de moeilijke opdracht om het volume van een gouden kroon te berekenen. Zo'n sierlijk vormgegeven kroon is nu eenmaal geen kubus met een inhoud van a3. Maar zo'n kroon verplaatst wel evenveel water als een kubus van hetzelfde volume. En dus waren ze in dat opzicht wel vergelijkbaar.

Maar ook een klein ventje kan u er op wijzen dat de nieuwe kleding van de keizer alleen maar in de menselijke verbeelding bestond. De meerderheid zag iets dat niet echt was en geloofde in een illusie. Is dat kleine ventje nu ineens een out of the box denker of gewoon een simpele empirist die een domme opmerking plaatste bij wat hij zag? Dom, gezien de bekend geachte feiten, normen en omstandigheden in dat bepaalde koninkrijk.

En omgekeerd kan een ervaren vogelaar u wijzen op een goed gecamoufleerde uil in uw achtertuin, een vogel die u daarvoor nog niet had zien zitten. Bestond die uil voor dit Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet kiekeboe spel dan niet echt? Hoe komt zo'n schijnbaar metafysisch gebeuren tot stand? Gewoon door te blijven observeren en opnieuw de relevante vragen te stellen in plaats van te veronderstellen dat u het al weet. Een open blik op ieder moment maakt het leven levend. Maar heb wel oog voor de bemonsteringsfout en andere valkuilen in uw bestaan.

Hoe komt kennis over individuele gevallen tot stand? Door te vergelijken. Hoe verloopt dat doorgaans? Het begint met de vergelijkende studie van groepen. Meten is weten heet dat empirische principe. Maar u moet er wel uw ogen actief voor openen. En u moet leren helder en onbevangen als een kind naar de werkelijkheid te kijken, zodat u zonder al te veel vooroordelen observeert. Maar dat deed in de afbeelding hiernaast alleen maar een kleine jongen.

De basis van wetenschappelijke kennis is objectief observeren en daar hoeft u in principe geen speciale training voor te ondergaan. Maar u moet ook niet teveel last hebben van persoonlijke belangen en cultureel bepaalde vooroordelen. Want dan loopt u het risico steeds weer te zien wat u wenst of denkt te kunnen zien. En dat juristen, journalisten, wetenschappers en andere deskundigen tijdens hun praktijkopleiding training krijgen om objectief te leren zien, de feiten te ordenen en rationeel te analyseren, heeft te maken met het probleem dat het menselijk brein van nature niet zo objectief en rationeel naar de werkelijkheid kijkt. Want waar heilige huisjes en persoonlijke belangen regeren, ontbreekt meestal het kritisch denken:

Kritisch denken is een vaardigheid die aangeleerd en gebruikt kan worden om te beslissen of een bewering waar, gedeeltelijk waar, of fout is en of een redenering geldig is. Het biedt handvatten om de natuurlijke aanleg iets te geloven te beteugelen en onlogische redeneringen en denkfouten te herkennen en voorkomen.

Dergelijke overwegingen waren de reden dat onze cursus Basale statistiek en kansrekening voor astrologen met het hoofdstuk Wat verwacht u aan te treffen? begon. Omdat we wel wisten dat het bij astrologen en gewone burgers niet zoveel zin heeft om over de empirische wetten van de grote getallen te praten, zolang ze bij voorkeur vertrouwen op hun persoonlijke ervaring en intuïtie.

Het ego is weliswaar een goede huisadvocaat, maar zelden de expert met kennis van zaken in de ogen van rechters. En wie krijgt er dan gelijk? Dat hangt altijd weer af van de onderzochte feiten en sociale omstandigheden. Want ook de kwaliteit van de rechtsstaat en andere belangrijke instituties kan van land tot land verschillen. En welke feiten en omstandigheden voor u relevant zijn, dat hangt vaak weer af van de groepen waartoe u behoort en de visies en methoden die daar in zwang zijn.

Het antwoord op de vraag Wat verwacht u aan te treffen heeft vooral te maken met uw wereldbeeld, dus met de manier waarop u over de wereld denkt. En dat hangt weer af van uw perspectief en conditionering. Daarom worden uw waarnemingen niet alleen gekleurd door wat al dan niet op aarde of in de hemel aanwezig is, maar ook door wat u verwacht te kunnen zien. Wat u ziet, liefhebt of ontbeert kan dus al dan niet bestaan. Of het zal op zijn best in meer of mindere mate kenbaar zijn, omdat onze kennis over de werkelijkheid nu eenmaal relatief, provisorisch en beperkt is.

Tegenover dat beperkte empirische weten staat de claim van astrologen dat “astrologie werkt”. Ik zet dat fenomeen nu ook maar eens tussen haakjes (Noten). Want waar is die stelling op gebaseerd? Op de persoonlijke ervaring van astrologen? Is het een gedeeld geloof in kenbare magie of is het toch meer een vooroordeel, bijgeloof of illusie?

Rudhyar geeft geen direct antwoord op die vraag, maar constateert wel dat astrologen eerder in “metafysische” dan in empirische principes zullen geloven, omdat de astrologische aannames en regels niet consistent en helder geformuleerd zijn en onvoldoende onderbouwd worden door empirische feiten. En als de astrologen toevallig wel uitspraken doen die kloppen, dan zijn die uitspraken door andere kennisdomeinen (fysica, astronomie, biologie, sociologie, psychologie, etc.) vaak eenvoudiger en beter te verklaren.

Astrologers claim, "astrology works." Their explanation of how and why it works are often naive and nearly always rely on some metaphysical principle which cannot be called "scientific" because it rests on assumptions which (1) are not clearly and consistently defined and (2) are not adequately supported by observable facts – or else these facts could be more simply explained by theories which have been found valid in other related fields of experimentation.

Maar wat is dan nog het voordeel van de astrologie? De eerder genoemde nadelen van de astrologie hebben ook hun voordelen volgens de Cruijffiaanse logica. Uit de opmerking van Rudhyar dat met de toegenomen populariteit van de astrologie ook de astrologische beunhazerij toeneemt, valt ook af te leiden dat iedere leek met de studie van de astrologie kan beginnen. En al veel vermag door creatief met de regels om te gaan. De aforismen van het astrologische symbolisme zijn weliswaar niet zo specifiek, ze zijn wel snel aan te leren en vlot op allerlei situaties in uw heden, verleden en toekomst toe te passen. Dat is wat dit intuïtieve weten u in principe belooft.

Astrologiestudenten hoeven dus geen jarenlange academische studie te volgen, waarmee ze hoogstens een expert kunnen worden op een piepklein deelgebied. De astrologie belooft haar studenten veel meer, namelijk dat ze zich expert mogen wanen op vrijwel ieder levensgebied met slechts kennis van zaken van tien planeten en twaalf huizen. De astrologische belofte is te mooi om waar te zijn, maar opwindend is ze wel. En welke tovenaarsleerling zou zoiets magnifieks niet zelf eens willen ervaren?

This is astrology; it is not modern science. Einstein once said, "Science knows more and more about less and less." This is the result of its analytical and reductive approach to the empirical data of human experience. Astrology, on the other hand, is based on the concept that ten or so variables in relation to a couple of frames of reference (zodiac and house mainly) can, singly and by their combination, enable us to understand the past, present, and future of not only human persons, but as well of any organized and steady system of activities, be it a living organism or a social institution.

Het enige probleem is dat dit astrologische weten nog niet volgens de regels van “een bepaalde klasse van wetenschappers” aangetoond is. Maar geldt dat niet voor al uw levensvragen? Beslist wel als een puberbrein ze tot metafysische proporties opblaast. Zijn de ultieme dimensies van tijd en ruimte ooit aangetoond? Kunnen planeten en sterren bewustzijn hebben? Word ik beroemd? Houdt mijn vriendje nog van mij? Niemand kan het antwoord op die grote levensvragen geven, omdat de wetenschap maar een beperkte visie op de werkelijkheid geeft. En om die reden lezen ook academici de hoe hoort het rubrieken in de krant, streekromans en het advies van Lieve Mona in de Story. Want niemand kan nu eenmaal alles weten, zelfs niet uw favoriete guru of astroloog.

And in between Falls the Shadow schreef ik elders.

All approaches to reality have their merits and shadow sides. So instead of attacking or ignoring approaches that are foreign to us, we could better determine their individual strength and weaknesses in their own field of competence. Staying within the limits of their competence, the medical doctor, jurist, astrologer and psychologist should complement each other, to benefit their clients.

Rudhyar geeft vervolgens een ideaalbeeld van Wetenschap weer. Hij wil aantonen hoe onzinnig het is om de astrologie in een normaal wetenschappelijk jasje te stoppen. Dat is voor astrologen een niet passend procustus bed. Want waar gaat hen nu eigenlijk om? In ieder geval niet om de Saturnale kennis die de astrologen aldoor in hun hempje lieten staan. Maar wat kenmerkt een ware Uranische wetenschap dan wel?

Dat zijn baanbrekende theorieën gebaseerd op intuïtie en verbeelding die voeren tot modellen van de werkelijkheid, die zowel nieuwe als oude facetten van de werkelijkheid beter kunnen beschrijven. En elegante theorieën die de gevonden feiten in eenvoudige formules of heldere principes kunnen verklaren verdienen hierbij de voorkeur.

Verderop zal Rudhyar erkennen dat hij zich wel in dit plaatje van wetenschap bedrijven kan herkennen. Don Rudhyar presenteert zich als de Einstein van de astrologie, ook al voert hij slechts een strijd met windmolens.

Modern science, of course, makes great use of "theories" which are at first assumptions based on intuitive feelings and imagination – that is, on man’s capacity to produce images (or, as scientists say, "models") revealing as yet unperceived relationships between "events" or seemingly unrelated sets of operations. Certain characteristics make a new theory in science seem more likely to be acceptable and valuable; it should be as "simple" as possible, as "elegant" in its interpretation of known facts, and thoroughly consistent in all that can be deduced from it.

Het bovenstaande is het ideale plaatje van een grote baanbrekende theorie die volgens de wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn (1922-1996) in zijn boek De structuur van wetenschappelijke revoluties (1962) een paradigmaverschuiving in ons denken geeft. En zo'n doorbraak komt ook wel eens voor bij enkelingen, voor wie het oude wereldbeeld van pa en moe en school niet meer klopt. Het verwerven van zo'n verruimde visie op de werkelijkheid duurt even, maar dan heb je ook wat. Het geeft een nieuw zelfbewustzijn, een soort wedergeboorte.

Zo beschreef Keplers heliocentrische wereldbeeld met elliptische planeetbanen de planeetbewegingen eleganter dan het geocentrische Ptolemeïsche model met cirkelvormige banen. Het resulteerde in een eenvoudiger berekening van de banen van de planeten, maar het gaf ook trammelant met de kerk. Dus voordat die theorie geaccepteerd werd door kerk en wereld ging daar wel een tijdje over heen. En zo zal het met het aanstaande bewijs van de astrologie ook wel gaan, zal Rudhyar hoopvol hebben gedacht.

Vrijwel zeker heeft Rudhyar Kuhns boek gekend, maar hij vermeldt het niet volgens een eeuwenoude traditie, die stelde dat het benoemen van de geraadpleegde bronnen voor algemeen bekend geachte feiten niet nodig was. Dus als u aangeeft dat een en een twee is of een andere politiek correcte uitspraak doet, hoeft u uw bronnen niet te vermelden. Maar als u een andere mening hebt moet u dat wel toelichten.

Vóór de uitvinding van de boekdrukkunst reproduceerden monniken en schrijvers alleen datgene wat echt belangrijk was. Bijvoorbeeld het kasboek van het klooster en klassieke geschriften als de bijbel. En schilders signeerden hun werken niet, want het was toch allemaal tot Gods glorie. In die tijd was het feit dat iemand Latijn of Grieks kon schrijven al belangwekkend: dan had je blijkbaar met een geleerde te doen.

Maar sinds een eeuw leert ieder schoolkind al lezen en schrijven en dus ook ieder beginnend astroloog. En daarom wordt er veel meer onzin verspreid. Om die reden werd het benoemen van de geraadpleegde bronnen een essentieel onderdeel van het empirisch denken om een onderscheid te kunnen maken tussen feiten, meningen en veronderstellingen. Maar eigenzinnige betweters doen dat liever niet, zodat ze met andermans ideeën aan de haal kunnen gaan, zonder ter verantwoording te worden geroepen.

Maar zelfs al zou Rudhyar erkennen dat hij iets van Kuhn opgestoken had, dan is dat volgens mij maar een klein deel van Kuhns verhaal. Want Kuhns begrip van normal science noemt Rudhyar niet. En laat dat nu eens de gang van zaken zijn waar vrijwel alle wetenschappers zich mee bezig houden.

Normale wetenschap is een lange periode van betrekkelijke rust in de wetenschap waarbij bestaande paradigma's niet op de proef worden gesteld. Dit in tegenstelling tot revolutionaire wetenschap die een paradigmaverschuiving teweeg kan brengen. Het begrip is afkomstig van Thomas Kuhn die dit uitwerkte in The Structure of Scientific Revolutions waarin hij betoogt dat wetenschap niet altijd volgens de strenge eisen van de wetenschappelijke methode wordt bedreven.

Kuhns grote theorie die alles elegant verklaart, is in geen enkele tak van wetenschap nog terug te vinden. Want de meeste wetenschappers zijn bescheiden lieden, vakmensen die zich als schoenmakers beperken tot hun eigen leest. Hun triomfen staan niet als voorpaginanieuws in de krant en worden ook niet in astrologieboeken vermeld. Wel zijn er honderden academische vakgebieden met volgens de Unesco wel 7,8 miljoen wetenschappelijk onderzoekers, die het allemaal weer wat anders doen. Ze modderen maar wat aan in wat Thomas Kuhn de normale wetenschapspraktijk noemde.

Maar dat wil niet zeggen dat die onderzoekers geen wetenschap bedrijven. En het wil ook niet zeggen dat er geen revolutionaire doorbraken meer plaats vinden. Ze gebeuren aldoor. Op het gebied van de geneeskunde zijn dankzij de moleculaire biologie doorbraken op het gebied van zeldzame aandoeningen eerder regel dan uitzondering, maar ze komen zelden in de krant te staan. Ze voeren hoogstens tot een paradigmaverschuiving op een heel klein vakgebied. Maar ze bieden wel hoop aan miljoenen patiënten.

Het totaal aantal zeldzame aandoeningen is zeer groot. Naar schatting gaat het om 5.000 tot 8.000 aandoeningen, die 6-8% van de bevolking treffen (NPZZ, 2013). Voor Nederland zou dit neerkomen op ongeveer één miljoen mensen met een zeldzame aandoening. En dit aantal groeit nog steeds onder meer door verbeterde diagnostiek.

Maar hoe doen die onderzoekers dat? Door te meten, te wegen en te vergelijken in observationeel onderzoek en experimenten. En hoe wegen ze die gevonden feiten? Via statistische methoden en de common sense van een Georg Berkeley. Hebben ze daar een Uranische theorie die alles verklaart voor nodig? G'd behoede dat! zou de Joodse econometrist Friedrich Weinreb zeggen. Nee, want alleen de gevonden feiten laten tellen is al lastig genoeg voor ieder mens die moeite heeft met de aangetroffen “realiteit”. Maar ieder idealistisch beter weten geeft alleen maar aanleiding tot nog meer Bricks to Bable stelde de gedesillusioneerde idealist Arthur Koestler vast.

Geduldige observatie en een zo goed mogelijke beschrijving van de empirische feiten in uw onderzoekend leven volstaan. U hoeft echt geen Einstein te zijn om hierop te kunnen promoveren. Maar u moet wel uw best doen om de empirische feiten van u en uw medemensen zo goed mogelijk te bestuderen en samen te vatten. En die samenvatting hoeft beslist geen baanbrekende theorie of formule te zijn. Sommige zaken hebben gewoon te weinig met elkaar gemeen om onder een noemer te vallen.

Maar Rudhyar, die blijkbaar geen weet had van de normale wetenschappelijke praktijk, of het in ieder geval niet de moeite waard vond om ze te benoemen, gaat er vervolgens abusievelijk vanuit dat de astrologie pas een plaats onder het wetenschappelijke Pantheon verdient als ze zich als een Uranische theorie van de menselijke ervaring presenteert. Zeg maar, als een voor iedereen zichtbare hemelse openbaring waar geen sterveling meer omheen kan, zoals op de Messiaanse dag des oordeels.

Maar dan moet wel eerst het onmogelijke gebeuren, namelijk dat alle astrologen het eens worden, stelt Rudhyar vast.

The first thing, therefore, that astrologers should attempt to do if they want to see astrology accepted as a modern type of "science" is to formulate its premises and its methodology in such a way that astrology as a whole should be presented as a simple, elegant, and consistent approach to human experience. This, however, is not done; and it is very hard to see how such a formulation of the "theory" of astrology could be accomplished when there is a great variety of astrological systems and schools which disagree on nearly everything except that somehow "astrology works."

Rudhyar stelt dat astrologen wel nooit een universele theorie op kunnen stellen zolang er zo'n grote verscheidenheid aan astrologische systemen en scholen bestaat, die het over vrijwel alles oneens zijn, behalve dat hun astrologische methode “werkt”. Maar wiens probleem is dat nu eigenlijk? Die eigengereidheid van astrologen valt toch moeilijk te verkopen als een argument tegen “de” wetenschappelijke methode? Dat probleem zullen de astrologen zelf moeten oplossen. Hoe? Door de empirische realiteit beter te bestuderen natuurlijk!

Filosofen gingen er ooit van uit dat ruimte en tijd ons a priori gegeven waren, maar geldt dat nog steeds voor een op seizoenen gebaseerde astrologische indeling van de tijd? Misschien werkte het nog in de oudheid, toen de tijd nog niet zo nauwgezet bijgehouden werd, maar gelden die astrologische principes nog steeds in een tijd waarin klokken met een atoomklok gesynchroniseerd worden? Dat zijn gerede onderzoeksvragen waar astrologen zich beter mee bezig kunnen houden, in plaats van hun schijnbare opponenten te bestrijden.

Zo'n dringend tijdsbesef was het boeiende thema van de cultfilm Pi van Darren Aronofsky, waarin de held Max Cohen het tijdsgebeuren driftig probeerde na te rekenen. Maar ook rusttijden zijn nodig, stelde zijn leermeester Sol (Salomon) voor, want anders word je gek. Want bij iedere levendige dialoog tussen Sein en Sollen gaat het uiteindelijk om de resulterende reflectie: “There would be no order, only chaos”.

Ik zou dat ook kunnen samenvatten met het spreekwoord “Twee joden, drie meningen”, dat ook voor al mijn zevende en tiende huis relaties geldt. Maar toch bereiken we steeds wel weer een compromis. En ook in de wetenschap is onenigheid geen fundamenteel probleem. Verschil van mening is juist de aanjager van vooruitgang. Maar wat we allemaal in de praktijk tegenkomen telt wel.

De kunst is alleen om voor iedere relatie te achterhalen wat we met elkaar gemeen hebben, of dit nu geloof, hoop en liefde is met betrekking tot een gedeeld sprookje of overeenstemming over de blote feiten. Het is daarom vooral een kwestie van willen: Wat is uw belang, wat is mijn belang en wat hebben we met elkaar gemeenschappelijk? En wetenschappers en geliefden kijken dan steeds opnieuw naar de aldoor veranderende empirische feiten die ze al dan niet in de hand hebben. Want ook liefde is een werkwoord waarin het kan vriezen of dooien. En is dat een probleem? Nee, die dynamiek houdt een relatie juist levendig.

Daarna komt Rudhyar weer aanzetten met het open deur argument dat de astrologische aforismen niet altijd werken. Logisch, want die aforismen slaan natuurlijk niet op in astrologische laboratoria vastgestelde natuurwetten.

Yet it quite obviously does not always work! There are any number of instances in which statements accepted as authoritative, or "aphorisms," when applied to this or that chart simply do apply. Astrological textbooks, old and new, are full of such statements which apply to some cases but not to others.

Het gaat bij een astrologische uitspraken dus om de vraag of ze astrologisch gezien vaak genoeg van toepassing zijn om een voorspellende waarde te kunnen hebben. Als dat wel het geval is, dan zit er wellicht een empirische kern van waarheid in. En anders hebben ze slechts een symbolische waarde, zoals spreekwoorden en gezegden, die soms wel en soms niet voor iemand van toepassing zijn.

Laat ik u dit toelichten met deze symbolische interpretatie van Chiron vierkant Venus van Robert Hand. Het slaat op de transit van de langzaam bewegende asteroïde Chiron, die astrologen associeren met de mythologische Centaur Chiron, over de locatie waar de planeet van de liefde Venus staat in uw horoscoop. Er gebeurt in die dagen het volgende in uw liefdesleven is de astrologische claim:

Werkzaam gedurende vele maanden: Waarom is de liefde soms zo pijnlijk? Doordat u het dagelijks leven deelt, laat u uw geliefde dichterbij komen dan wie dan ook. In de verliefdheidsfase kunt u uw zwakheden wellicht nog enigszins verbergen. Maar hoe langer u met een partner samen bent, hoe beter u elkaar leert kennen, met alle goede en minder goede eigenschappen. Uw partner heeft een punt bereikt waarop hij alleen nog maar uw zwakke kanten lijkt te zien.

Wie in het online Nederlands spreekwoordenboek naar het woord “liefde” zoekt, merkt op dat u voor bovenstaande gemeenplaatsen niet bij een astroloog te rade hoeft gaan. De Lieve Mona rubrieken in de periodieken kunnen u er ook alles over vertellen.

Maar de specifieke astrologische claim is dat tijdens een transit van Chiron vierkant Venus dergelijke kwesties vaker opspelen zullen. En omdat die passage langzaam verloopt, zal het effect maanden duren. Zou iemand met relatieproblemen dus bij de astroloog langskomen, dan zou de astroloog hem of haar op die transit kunnen wijzen.

Maar wat als die transit nog niet plaatsgevonden heeft? Dan is er wel een ander astrologische aspect toepasbaar met een soortgelijke beschrijving. Want als u de orb een beetje ruim opvat en rekent in graden in plaats van boogminuten, kunt u elke dag kiezen uit tientallen voor u toepasbare aspecten. Maar dat keuzegemak heeft ook een keerzijde wist de schrijver Rico Bulthuis als geen ander:

In an interesting interview with Rob Nanninga (Een nuchtere romanticus. De occulte avonturen van Rico Bulthuis) published in Skepsis 1994, he would say that his astrology books were more profitable than all of his psychological novels. He first published them under the pen-name Hans De Hoog Castell (Hans the High Castle), that were introduced by a critical comment from writer Rico Bulthuis. Later (3th edition), he published them under his own name as the Dutch writers Simon Vestdijk and Jan-Gerard Toonder had already written about astrology without reputation damage. He cited the eminent writer and Emily Dickinson translator, Simon Vestdijk, that it took him three years to get acquainted with astrology and six years to get rid of it. Bulthuis had the same experience.

Als u van alles op deze ad hoc manier verklaren kunt, verklaart u astrologisch gezien niets. U kiest gewoon wat astrologische aforismen uit die u kunt gebruiken, maar u had ze ook uit het spreekwoordenboek of een Liefde voor dummies gids kunnen halen. Want ze zijn zo algemeen geformuleerd, dat ze voor iedereen gelden.

Wat dan het geval is, willekeurig kersen plukken uit de complexe horoscoop en zijn transits of dat er toch vaker specifieke astrologische effecten spelen rondom een bepaalde transit, kunnen alleen statistici via kansberekening bepalen. Maar daarvoor is wel het soort onderzoek nodig, dat Rudhyar aldoor bekritiseert. Zie: De kansberekening van een steekproef:

Wat is meer bepalend? Het unieke of het gemeenschappelijke? En waar moet u beginnen? Het ligt voor de hand om toch maar met op groepen gebaseerd onderzoek te beginnen. Want alleen met groepen kunt u toetsende statistiek bedrijven. En zoals gezegd, toen we de gemiddelde Ram en het gemiddelde IQ bespraken, heeft het weinig zin om over individuele uitzonderingen te praten, als u de regels en hun normale varianten niet eens kent.

Ook een zeer effectief antibioticum zal niet altijd aantoonbaar werken. Misschien doodt het middel wel alle bacteriën in de bloedbaan en in de weefsels, maar niet die bacteriën die zich verschanst hebben in een abces. Dan zal de arts van een andere effectief bevonden methode gebruik moeten maken, namelijk de drainage van het abces. Of een medicijn dus werkt of niet, hangt steeds weer af van de feiten en omstandigheden. En daarover behoren deskundigen en geen speculanten te beslissen.

De sterren neigen, maar dwingen niet zeggen astrologen dan. Maar geldt dat ook voor een malefic als roken? Hoe zou u zoiets kunnen aantonen?

Astra inclinant, non necessitant schreef Thomas van Aquino: De sterren neigen, maar dwingen niet. Zet daar eens tegenover: Roken veroorzaakt longkanker, maar niet bij iedereen. Is er een wezenlijk verschil tussen deze twee uitspraken? Op het eerste gezicht niet. Want beide uitspraken gaan over causale relaties. Maar toch is er een belangrijk praktisch verschil. De uitspraak over roken is specifiek, maar de uitspraak over de sterren is dat niet. Met het een kunt u nu concrete feiten uitdrukken, maar over het ander kunt u slechts speculeren.

Rudhyar veronderstelt dat de astrologische wetten in principe wel zullen kloppen, maar dat de moeilijkheid meer ligt in de complexiteit van de individuele horoscoop met al zijn transits. Het gaat dan om technische problemen, die ook een rol zullen spelen bij de rectificatie van een horoscoop. Daar komen we in een ander artikel nog op terug.

The difficulty is obviously that most of such statements refer only to one particular planetary aspect or the position of one planet in a zodiacal sign or house; and today there are ten planets used in astrology – which means, scientifically speaking, ten variables. To analyze in strictly scientific terms any situation which includes ten variables, not to mention rather ambiguous frames of reference, is indeed a very difficult problem. It would have been considered hopeless before the invention of computers.

Maar als het waar zou zijn dat de astrologische wetten aldoor gelden, in de zin dat de tien planeten in uw horoscoop aldoor met elkaar in uw horoscoop interacteren en zo uw leven beïnvloeden, hoe kan een onderzoeker zo'n complex gebeuren ooit ontleden? Geen mens kan met zo'n veelvoud van interacties nog rekening houden. Zouden we op grote groepen personen met bepaalde kenmerken factoranalyse loslaten, bijvoorbeeld om te bepalen welke van de tien planeten bepaalde kwesties nu het meest “regeren”, dan geef ik u het te doen. Want zelfs met de meest eenvoudige lineaire modellen komt u er niet uit.

Het vinden van een of meer achterliggende (mogelijk hypothetische) variabelen is het doel van factoranalyse. In theorie kan het aantal factoren uiteenlopen van een tot het aantal oorspronkelijke variabelen. Als vuistregel geldt vaak dat een derde tot een vijfde van het aantal oorspronkelijke variabelen een nuttige factoroplossing kan betekenen.
Bij het uitvoeren van een factoranalyse wordt op elk moment in het proces veel eigen interpretatie van de uitvoerder gevraagd. Twee verschillende personen kunnen daardoor met exact dezelfde dataset tot andere conclusies komen. Waar de ene persoon drie factoren meent te onderscheiden, kan een ander van mening zijn dat het in werkelijkheid om vijf factoren gaat. Om deze reden heeft factoranalyse in een aantal wetenschappelijke disciplines aan belang ingeboet.

En dan moeten die onderzoekers de waargenomen effecten ook nog eens corrigeren voor zoveel andere factoren als geslacht, ras en klasse, die NIET door de horoscoop worden bepaald. Zie ook: What does the chart NOT show?

Alois: It does not show your intelligence, your wealth, your weight or height, your education, your health, the colour of your skin, whether you are a Saint, a Nazi, a Communist, a Trumpist or a normal person, and many other concrete things.

Rudhyar suggereert terecht dat er veel rekenkracht voor nodig is om zo'n samenspel te ontrafelen. Maar hij heeft niet door dat het wiskundig gezien, laat staan operationeel, wel eens een onmogelijke zaak kan zijn. In de vroege jaren zeventig waren dure IBM mainframes nodig voor serieus rekenwerk, maar tegenwoordig heeft uw smartphone al meer geheugen en rekenkracht in huis dan zo'n grote IBM kast. Maar nog steeds vergt het veel tijd en rekenkracht om serieus statistisch astrologisch onderzoek te doen.

Over het berekenen van de ADB controlegroepen deed een snelle personal computer meerdere weken. Een computer uit Rudhyars tijd zou er jaren over doen om te bepalen wat we in een gemiddelde ADB categorie aan waarden konden verwachten. En dan hebben we nog niet eens over de vele manjaren die nodig waren voor het verzamelen van al die data.

Voor iedere ADB categorie moesten we vervolgens weer aparte berekeningen doen. Maar dat leverde ons wel zinnige uitspraken op, waarvan iedere Uranisch denkende “astroloog” vanuit zijn leunstoel altijd weer kan beweren dat het in zijn ervaring toch heel anders is. Maar met welk recht van spreken? Op basis van welke observaties? Met welke p-waarde? Hoe zit het dan wel? Hoe hebt u dat gemeten?

In Geobserveerde waarden in de ADB categorie Fine art artist schreven we:

De berekening van het bronbestand observed_values.xlsx duurde ruim 7 uur op een snelle Ryzen 2700X computer met veel geheugen. Het gaat om de gevonden astrologische waarden van 1902 gevallen van de ADB categorie Fine art artist. Maar hiermee beschikt u over veel relevante astrologische data over die ADB categorie. Om ruimte te besparen laat ik u hier steeds maar een deel ervan zien.
Uiteindelijk gaat het erom dat u vragen beantwoorden kunt als: Komt Venus konjunkt Saturnus veel meer dan gemiddeld bij schilders voor? Het antwoord is volgens ons onderzoek nee, want de effect grootte was 1,00 (neutraal, p is 0,52) om precies te zijn.

Het is de vraag of Rudhyar de implicaties van zijn eigen argumenten tegen de statistici nog wel begreep. Want wat is kritisch beschouwd nog de waarde van de waarnemingen van astrologen die niet met die vele variabelen rekening hielden vóór de intrede van nauwkeurige klokken, efemeriden en computers? Konden die antieke astrologen het hele astrologische plaatje wel overzien met hun beperkte kennis van de banen van zeven planeten? Dat lijkt ons zeer onwaarschijnlijk. Kunnen we dan nog rekenen op een betrouwbare empirische basis van het huidige astrologisch symbolisme? Nee, natuurlijk niet. Maar waar is dan al die astrologische boekenkennis dan wel op gebaseerd?

Het gaat in de astrologische praktijk vooral om in bepaalde tradities ingeburgerdere verzamelingen van dogma's en vooroordelen, die via vele schisma's tot velerlei vormen van astrologisch geloof hebben geleid: Ruhhyars astrologische onenigheid.

In de Oudheid en Middeleeuwen konden astrologen nog een beroep doen op een algemeen bekend verondersteld eeuwig weten, maar in de moderne tijd kwam met de komst van de boekdrukkunst ook het probleem van de vele meningen op, en werd het principe wie stelt die bewijst steeds belangrijker. U kunt dan wel in uw eigen waarheid geloven, maar dat maakt het nog geen wetenschap, laat staan een universeel weten. Het is slechts uw lokale waarheid, een ergens opgedoekte verzameling van kennis en ervaring, die u als universeel eeuwig weten aan anderen voorschotelt.

En om die reden moest het astrologisch basisonderzoek wel overgedaan worden. Hoe kunnen we astrologische kenmerken correleren met aardse kenmerken, zoals Rudhyar zelf ook al aangaf. Hoeveel vaker zijn Rammen nu eigenlijk agressief ten opzichte van de andere tekens?

About the only things left to do, therefore, is to try to tabulate the number of instances in which a particular astrological factor – a planetary position or an aspect between planets – correlates successfully with known actual events or personal characteristics according to what it is asserted to signify and of those instances in which it does not correlate.

Dat is precies wat de ADB Research Group ook trachtte te doen. Nagaan hoe vaak bepaalde astrologische parameters voorkomen in de Astrodienst database (“de populatie”) en of die waarden significant verschilden voor specifieke groepen (ADB categorieën).

This at least would be the logical scientific way to go about establishing "empirical proof" of the validity of the most important and widely accepted astrological statements filling our textbooks. Astrologers are recognizing a general hypothesis as valid beyond doubt: the positions of and interrelations between planets correspond to definite events on earth and traits of human personality. From this hypothesis, they make a vast series of deductions which they claim are justified if not by all facts, at least by a large number of facts. Let us, therefore, see in how many instances the celestial fact that Saturn is conjunct the Sun or Uranus is conjunct the Moon or Jupiter is square Saturn or Neptune is on the ascendant can be definitely and unquestionably correlated with a specific set of terrestrial events and human characteristics – and in how many other cases the correlation does not exist or is very doubtful.

Maar denkt u dat dergelijk onderzoek in astrologische kringen verwelkomd werd? Nee, want de resultaten vielen hen steeds weer tegen. De typische uitkomst van al onze berekeningen was steeds weer, dat die astrologische kenmerken niet vaker in specifieke ADB categorieën voorkwamen dan door toeval kon worden verwacht. Hadden we daarmee iets verkeerds gedaan? Onderzochten we de verkeerde categorieën? Waren we uit op het grote geld? Nee, we deden niets verwijtbaars en dus werd ons ADB onderzoek genegeerd.

Wie teruggaat naar Rudhyars voorstel om bepaalde aspecten in de horoscoop (celestial facts) definitief en zonder twijfel (definitely and unquestionably) met bepaalde gebeurtenissen op aarde (terrestrial events) en menselijke eigenschappen (human characteristics) te correleren, zou bij voorbaat al kunnen weten dat zoiets geen bewijs voor de astrologie opleveren zal. Als er al zoiets bestaat als “de astrologie” gezien de verdeeldheid onder astrologen. Want met een correlatie stelt u nog geen oorzakelijk verband vast. En al helemaal niet als u maar met een paar factoren (horoscoop, gebeurtenis) rekening houdt, die wetenschappelijk gezien geen enkel causaal verband met elkaar hebben. Want dat levert dezelfde soort associaties op als dat met de komst van de ooievaars ook meer lammetjes geboren worden. Maar zijn daar wel ooievaars voor nodig?

Op dezelfde manier zou u bij alles wat astrologen doen en zeggen de vraag kunnen stellen: Is hier wel een astrologische verklaring voor nodig? Het logische antwoord op die vraag is meestal een ontkenning en daarom spreken moderne astrologen liever van synchroniciteit dan van causale verbanden. Want de ooit door astrologen veronderstelde oorzakelijke verbanden werden nooit aangetoond.

De term synchroniciteit (letterlijk: gelijktijdigheid) betekent zinvolle coïncidentie van uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen die zelf niet causaal verbonden zijn. Het begrip werd in 1930 geformuleerd door de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung in zijn verhandeling Synchroniciteit: een acausaal, verbindend principe.

Maar het probleem van zinvolle acausale verbanden is dat ze nogal subjectief zijn. En daarom kunt u er achteraf gezien misschien wel wat mee verklaren binnen een bepaalde context, maar u zult er weinig mee kunnen voorspellen zodra u die besloten subjectieve wereld verlaat. En wat zinvol is voor de een, is dat niet voor de ander. Zo heeft iedere subcultuur, maar ook ieder mens, wel eens last van bepaalde vormen van bijgeloof die van de officiële religies en gevestigde wetenschappelijke paradigma's verschillen.

Bijgeloof, volksgeloof of alternatieve religiositeit is een niet op godsdienst of wetenschap gebaseerd geloof. Het houdt meestal in dat er iets veroorzaakt zou kunnen worden door bovennatuurlijke krachten of machten. Door bepaalde handelingen uit te voeren zou men deze krachten kunnen neutraliseren, oproepen of bijsturen. Meestal heeft het betrekking op het verwerven van geluk en het afweren van ongeluk. Men maakt vaak onderscheid tussen bijgeloof en religieus geloof om dat laatste te legitimeren, ook al heeft het daarmee het geloof in het bovennatuurlijke gemeen.

Dat sluit niet uit dat godsdienstige of bijgelovige rituelen geen causaal verklaarbare wetenschappelijke basis kunnen hebben. Ik denk aan de rituele reinigingen die al lang bestonden voordat bacteriën en gebrek aan beweging als ziekteverwekkers ontdekt werden. En ook het immuunsysteem is al veel ouder dan de menselijke kennis van het nut ervan. Maar zonder gedegen kennis van de causale mechanismen (pathogenese), kunt u door het uitvoeren van die rituelen ook schade lijden. Zo zal het veelvuldig wassen met zeep u beslist niet van een schilferige huid verlossen.

Het lastige is dat objectief waarneembare correlaties of subjectief als zinvol ervaren synchroniciteiten maar zelden oorzakelijk verbanden aangeven. Zo is het oorzakelijke verband tussen roken en longkanker niet gebaseerd op de evidente correlatie tussen pack-years van roken en longkanker, maar op de biochemische kennis van carcinogenese. Want wie weet zijn longkankerpatiënten wel geboren rokers, vroeg de tabaksindustrie zich af. Maar dan hebben hun genen het gedaan en niet de van massamoord beschuldigde tabaksindustrie.

Quantification of pack-years smoked is important in clinical care, where degree of tobacco exposure is correlated to risk of disease such as lung cancer.

Maar de sterke correlatie met pack-years gaf wel aan dat roken een potentieel grote impact op het optreden van longkanker had. Inmiddels zijn er tientalen carcinogene stoffen in tabaksrook vastgesteld. En zijn ook de biochemische effecten van rook op longen, hart en bloedvaten en zo veel andere organen in detail beschreven. Van toeval of coïncidentie kan geen sprake meer zijn.

Maar de valkuil van iemand die de werkzaamheid van malefic en benefic planeten al bij voorbaat denkt te kennen, bijvoorbeeld omdat het als een gevonden astrologische feit in zijn favoriete astrologieboek gepresenteerd werd, is dat hij denkt dat hij die hypothese alleen nog maar in een paar gevallen hoeft te verifiëren. Want als belangrijke anderen diezelfde ervaring ook hebben opgedaan, dan werkt het blijkbaar zo voor ons. Op die manier houden veel vooroordelen zich via groepsdenken in stand.

Maar als die hypothetische astrologische effecten niet in grotere onderzoeken worden aangetoond, zoals bij het longkanker onderzoek wél onomstotelijk het geval was, dan hebben astrologen een groot empirisch probleem. En dat probleem met hun reality testing lossen hedendaagse astrologen niet op door te stellen dat hun weten alleen voor individuen geldt en dat statistieken alleen maar iets zeggen over groepen. Want dat is natuurlijk ook maar een goedkope smoes waar de antieke astrologen waar ze zich op beroepen spontaan van in de lach zouden schieten.

Reality testing is the psychotherapeutic function by which the objective or real world and one's relationship to it are reflected on and evaluated by the observer. This process of distinguishing the internal world of thoughts and feelings from the external world is a technique commonly used in psychoanalysis and behavior therapy, and was originally devised by Sigmund Freud.

En natuurlijk kunnen astrologen speculeren dat hun pijp rokende opa, dankzij zijn sterke genen en daarmee samenhangende astrologische factoren wel honderd jaar oud werd, maar wat is zo'n astrologische verklaring in de praktijk waard? Een p-waarde kunt u niet aan een individuele uitzondering op de regel toekennen. Dat kan pas als u iets dergelijks op een grotere schaal vast zou kunnen stellen. Maar zonder die aanwijzingen, want een correlatie is nog steeds geen bewijs, blijft het maar uw particuliere speculatie.

Rudhyar werpt opnieuw onnodige problemen op, omdat hij niet inzag wat Thomas Kuhn met normale wetenschap bedoelde. Hij geeft aan dat astrologen die statistisch onderzoek doen de gemakkelijke weg kiezen, zonder aan te geven wat er verkeerd is aan assumptionless research.

Daarbij proberen onderzoekers nu eens niet hun eigen vooroordelen in hun eigen beperkte bubbel van vrienden en vakgenoten te bevestigen, maar bevragen ze de empirische werkelijkheid zoals die zich aan de meeste mensen voordoet om nu eens definitief uit te zoeken hoe het hele plaatje dan wel in elkaar zit.

Daarover gaat deze video van astrologie onderzoeker David Cochrane: Why Many Scientists Consider Astrology to Be a Pseudoscience.

Maar Rudhyar vindt dat maar niks, hij spreekt van de gemakkelijke weg, waarbij de onderzoekers ook nog eens aarzelen om zijn geloof dat astrologie een valide wetenschappelijke theorie is in het openbaar uit te dragen. Maar op de Uranische manier waarmee Einstein de relativiteit van Newtons zwaartekracht wetten in de gekromde tijdruimte bewees, zullen astrologen ooit eens hun gelijk bewijzen.

Strangely enough, astrologers who today are involved in what they call statistical research do not follow such a procedure. They have opted for what I might call the reverse method probably because it is an easier one to follow but also because they are reluctant to claim that astrology is a valid scientific theory – as inherently valid as, let us say, Einstein’s Theory of Relativity. The latter could be proven valid by some rather clear-cut demonstrations or proofs; but, unfortunately, scientific theories which deal with human behavior (individually or in groups) and even with biological situations are not so easily "proven" true. Astrology today deals largely with psychological character and behavior of human beings; and it is indeed in that biological, psychological, and social field that present-day astrologers are mainly conducting their statistical research.

Maar Rudhyar redeneert dat het lastig zal zijn de universele astrologische hypothesen te bewijzen, zoals Arthur Eddington ooit eens één implicatie van Einsteins relativiteitstheorie bevestigde tijdens de eclips van 29 mei 1919. Tijdens een totale zonsverduistering zijn overdag de sterren te zien en kunnen we verschijnselen zoals het afbuigen van het sterrenlicht door de zwaartekracht van de zon vanaf de aarde bestuderen. De gevonden afwijking betrof op zijn hoogst enkele boogseconden, geen graden. Het was dus geen afwijking die u met het blote oog kon zien.

Einsteins theorie was specifiek en helder geformuleerd, zodat er exacte voorspellingen mee konden worden gedaan. En zijn theorie was ook niet strijdig met de normale gang van zaken, zodat de natuurwetten nog steeds werken: Appels vallen nog steeds van de bomen.

Maar de astrologische aforismen zijn geen natuurwetten is Rudhyars argument. En inderdaad, bij het het onderzoek naar menselijk gedrag is het veel moeilijker om voorspellingen te doen. De baan van een kogel of een bundel fotonen van een ster is te berekenen, maar niet de levensloop van vrij mens. Want hierbij zullen veel meer factoren een rol spelen.

Maar toch weten artsen, psychologen en sociologen hoe ze Piet het individu op maat kunnen benaderen. Dat de u met de gebruikelijke statistische methodieken toch wel zinnige uitspraken over multi-causaal veroorzaakte zaken kunt doen, hebben inmiddels miljoenen normaal denkende wetenschappers bewezen.

Op die manier werd ook vastgesteld dat u met astrologische aforismen niet beter kunt voorspellen dan door toeval kan worden verwacht. U hoeft dus niet bang te zijn voor een Mars transit over uw Zon in het zesde huis, zal Rudhyar u later op zijn manier nog uitleggen. Maar astrologen reageerden op dat voor hen teleurstellende empirische onderzoek door de geldigheid van de statistische methoden aan te vechten, waarbij ze aldoor hamerden op de individuele uitzonderingen op de regels die voor hen doorslaggevend waren.

Dergelijke discussies spelen ook in de politiek. Populisten als Donald Trump komen ook steeds weer opdraven met “alternatieve feiten” om hun eigen gelijk te bewijzen. En eenmaal aan de macht gekomen proberen ze van hun kokervisie ook nog eens het “nieuwe normaal” te maken, bijvoorbeeld door hen welgezinde rechters te benoemen. “Doe eens normaal man“ zou premier Rutte Wilders repliceren, die steeds maar weer aankwam met zijn stokpaardjes, zonder de natie een beter alternatief aan te bieden. Maar deze pleidooier voor de hard werkende Nederlander bleek in 2012 tot mijn verbazing een extreme negen in de huizen te hebben.

David Gilmour - Shine On You Crazy Diamond (Live At Pompeii)

Karl Popper motiveerde zijn falsificatiecriterium voor de vele eigengereide theorieën in de sociale wetenschap en politiek met Eddingtons queeste: Niet de vele mogelijkheden om de juistheid van een hypothese achteraf aan te tonen (verificatie) zijn van belang, maar juist die specifieke gelegenheden om die hypothese definitief te kunnen weerleggen (falsificatie) via ongekende, maar beslissende experimenten.

De zonsverduistering van 1919 bood Eddington een uitstekende gelegenheid om Einsteins algemene relativiteitstheorie uit 1916 op de proef te stellen. Buigen de lichtstralen van de sterren af als ze vlak langs de zon scheren zoals Einsteins theorie in detail voorspelde? En inderdaad gebeurde het onverwachte: Stars Not Where They Seemed or Were Calculated to be, but Nobody Need Worry kopte de New York Times van 10 november 1919.

Maar niemand belooft u dat deze algemene regels altijd zullen gelden. Waarschijnlijk wel gemiddeld gezien voor de reusachtige sterren die uit triljoenen deeltjes bestaan, maar op het quantum mechanische niveau van hun individuele deeltjes en de door hen uitgezonden fotonen is die voor het geheel geldende voorspelbaarheid zeker niet vanzelfsprekend. Vanuit een quantum mechanisch perspectief gezien ziet de wereld er toch steeds weer anders uit, maar wel volgens bepaalde statistische patronen met steeds meer variantie. En waar is dan het In Den Beginne? Ligt de toekomst nu vast of niet? En bij wie of wat?

Dat is een typisch kip en ei verhaal waar niemand uitkomt. Daarom sprak Popper liever van wetenschappelijke hypothesen, dan van wetenschappelijke theorieën of natuurwetten. Om die reden is de blijvende voorspellende waarde van een theorie veel belangrijker dan zijn incidenteel verklarende waarde achteraf. En moeten we steeds weer rekening houden met de gegeven context. En zogenaamde “universele theorieën” die van alles achteraf zouden kunnen verklaren, maar geen weerlegbare voorspellingen kunnen doen, hebben volgens Popper geen enkele wetenschappelijke waarde. Want ook vooroordelen houden zich op die manier in stand.

Het “zoekt en gij zult vinden” principe levert pas serendipiteit op als u het actieve zoeken opgeeft, zoals Archimedes in bad op zoek moest gaan naar rust en ontspanning. Pas als u uw verbeten gedachten loslaat, ontstaat er ruimte voor een nieuwe inzichten.

Serendipiteit is het vinden van iets onverwachts en bruikbaars, terwijl de vinder op zoek was naar iets totaal anders.

Om Poppers falsificatiecriterium echt te begrijpen, moet u weet hebben van kansberekening. Via verificatie kunt u soms spelden in de hooiberg aantreffen, maar het wordt pas een wetenschappelijke techniek als u de banen van die spelden exact kunt berekenen, zodat u de spelden daarna blindelings in de hooiberg terug kunt vinden. Of op zijn minst veel vaker dan verwacht zoals met het gevonden verband tussen roken en longkanker. Om dat soort voorspellende waarde gaat het in een normale wetenschap en techniek.

Maar het winnen van de lotto en het correleren daarvan met een bepaalde sterrenstanden heeft natuurlijk weinig zin, als u er geen nieuwe voorspellingen mee kunt doen. En ook al past die individuele uitkomst perfect in uw universele theorie, het heeft toch geen verklarende waarde, zolang u er geen concrete voorspellingen mee kunt doen. Het blijft slechts uw hypothese, die nog op een Uranische openbaring wacht. Zie: Kunt u astrologie uit de boeken leren?

Specifieke uitspraken waarmee u weerlegbare voorspellingen kunt doen ontbreken in moderne astrologieboeken. Het zijn tegenwoordig vooral “misschien” en “het zou wel eens kunnen” suggesties. Dit is het gevolg van het feit dat professionele astrologen inmiddels ook wel weten dat de wél verifieerbare astrologische aforismen uit het verleden meestal niet bleken te kloppen.

En dat bracht de astrologie in diskrediet. Het is al moeilijk om de astrologische gang van zaken achteraf na te gaan, zo blijkt uit eindeloze discussies op astrologie fora. Want zo reproduceerbaar is het echte leven nu ook weer niet. Iedere mislukking of succes is toch steeds weer anders. Hoe kunnen daar dan ooit rake astrologische voorspellingen mee worden gedaan?

Dit zijn geen astrologische vragen meer, maar statistische vragen. En daarom is het zo vreemd dat veel astrologen zo moeilijk doen over kansberekening en statistiek. Want uiteindelijk gaat het bij astrologische uitspraken om al dan niet statistisch aantoonbare astrologische tendensen. Een astroloog kan dan wel beweren dat we “gewoon” met alle astrologische factoren rekening moeten houden, maar hoe doet u dat met al die astrologische onenigheid? Astrologen zullen dan toch wel eerst het bestaan van de afzonderlijke astrologische factoren moeten aantonen en meten, voordat ze er iets mee kunnen verklaren of voorspellen. Maar hebben astrologen dat ooit gedaan? Via aantoonbaar systematisch astrologisch onderzoek zeker niet.

Maar als het klopt dat astrologie ooit als een empirische wetenschap begon, dan moeten er vast wel sporen van waarheid in terug te vinden zijn, stelde de astroloog Cyril Fagan (1896 - 1970) kort voor zijn dood vast. Een leek zou denken: waarom bedacht hij dat niet eerder? Rudhyar suggereert vervolgens dat via verificatie van enige duizenden horoscopen de uitspraken van de ouden wel op hun mate van correctheid kunnen worden getoetst. En dan is het probleem met de statistici natuurlijk snel opgelost.

If it were true, as Cyril Fagan stated before his death, that astrology was born in Egypt as an empirical science and that astrologers in Egypt, Chaldea, and Alexandria developed the data and aphorisms which are still in use today by patiently listing, generation after generation, observed correlations between celestial and terrestrial events, then such a patient and "scientific" empirical approach should have brought forth a wealth of quite provable data, relatively easy to test. But, as I said before, these traditional data and aphorisms are certainly not 100% accurate. Then why not try to find out how accurate they are in, say, at least several thousand cases? Professional astrologers, having large files of charts which they interpreted for their clients, could easily provide such a number of authenticable cases. Every aphorism found in Ptolemy’s and classical European astrologer’s books could, thus, be tested statistically, one after the other.

Maar is zo'n verificatie wel haalbaar als u van geval tot geval rekening moet houden met tien interacterende planeten en wie weet duizenden niet astrologische factoren? Hoe bepaalt een astroloog dat een slecht gepositioneerde Mars uiteindelijk de malefic was? Moderne rechters, criminologen en forensische laboratoria zullen u hier niet in ondersteunen. Hebben astrologen wel nagedacht over de inhoudelijke kwaliteit van hun weten? Zeggen dat ze voor kwaliteit willen gaan is een ding, maar het ook leveren is iets anders.

Rudhyar geeft niet aan hoe die verificatie tot stand moet komen gezien de evidente complexiteit van de horoscoop. Wat te doen als de tien planeten en hun aspecten elkaar tegenspreken, zoals zo vaak voorkomt bij een uitdraai van een interpretatiebestand door een astrologieprogramma? Hoe brengen astrologen dan een synthese tot stand? Is er dan ook ruimte voor relatieve waarheden zoals bij statistische uitspraken? Zoiets van het is geen ja of nee, maar iets er tussen in? Zeg maar een verhoogde kans op iets?

Of moeten we de vele potentiële, maar nog niet overtuigende astrologische treffers, dan maar wegens gebrek aan bewijs seponeren? Zoals het aantal veroordeelde criminelen maar het topje van de criminele ijsberg is. Maar wat blijft er dan nog over van het Barnum-effect? Bij zo'n rigoureuze methode is de kans groot dat de astrologische aforismen minder vaak kloppen dan door toeval kon worden verwacht. Dat berust dan op een systematische fout, maar zoiets werd in het verleden ook wel eens door astrologen als een magisch argument voor de astrologie gebruikt. Want dat kon toch geen toeval meer zijn?

Of moeten we tijdens de verificatie alleen gevallen die - al dan niet toevallig - met het astrologisch aforisme lijken te kloppen meetellen? Dus wanneer we horoscopen van bekende criminelen vergelijken met willekeurig gekozen figuren zonder een bekend crimineel verleden, of die laatsten nu een geldende Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben of niet. Die oppervlakkige manier van vergelijken is wat veel onderzoekers gemakshalve maar doen, omdat ze niet ieder individueel geval honderd procent kunnen natrekken. Met behulp van zo'n controlegroep stelt u vast of een astrologische uitspraak over een bepaald crimineel verleden in het algemeen geldig is of niet, in de zin van “dat kan geen toeval meer zijn”.

Als u diep over bovenstaande kwesties nadenkt is een serieus astrologisch onderzoek zonder gebruik te maken van statistische methoden een onmogelijke zaak. Maar toch wilde Rudhyar dat zien te voorkomen. Zoals Donald Trump zich uit alle macht verweerde tegen ieder gerechtelijk onderzoek naar zijn handel en wandel. Maar Trump en Rudhyar wilden wel dolgraag voor hun eigen publiek spreken. Omdat ze inmiddels wel doorhadden dat de normale technieken om de werkelijkheid te achterhalen hen maar in hun hemdje zouden zetten, terwijl ze hun enthousiaste volgers nog wel konden bespelen.

Rudhyar vermoedt dat zo'n verificatie voor astrologen een koud kunstje zal zijn. Was dat niet de basis van hun geloof dat astrologie voor hen werkte? Rudhyar is daarom een groot voorstander van verificatie door bevriende vakgenoten, maar hij verzet zich fel tegen de statistische methodieken van Michel Gauquelin. Terwijl die assumptionless research methodieken juist zo hard nodig zijn om de eerder gestelde empirische vragen te kunnen beantwoorden. Maar aan democratische principes en onafhankelijk onderzoek doen de leden van een Old boys network liever niet.

Een old boys network is een netwerk van oudgedienden of gevestigden van een organisatie of onderneming (leger, studentenvereniging, politiek, bedrijf) die hun huidige machtspositie niet willen opgeven of na hun uittreden nog contact houden met de organisatie, en jonge (ex-)leden en elkaar helpen. De term heeft een enigszins negatieve connotatie omdat het geassocieerd wordt met nepotisme.

Bij de verificatie van standpunten als Rammen zijn agressief, Hollanders zijn vrekken, Marokkanen zijn profiteurs, start de onderzoeker met de welbekende veronderstelling en gaat dan na of die bewering in een bepaald geval klopt of niet. En regelmatig wordt zo'n beeld al in leven gehouden door de publicaties vooraf in uw favoriete krant of internet platform. In zo'n netwerk treft u meer mensen aan die zoiets ook al voorzagen. Dergelijke selectiemechanismen houden niet alleen de gegronde kennis van Saturnale kennisinstituten in stand, maar ook de ongegronde vooroordelen van subculturen. En zonder twijfel worden de meeste astrologische, religieuze en politieke aforismen via een extreme publicatiebias binnen zo'n lokale gemeenschap in stand gehouden, waardoor het voor gelovigen in die stelling lastiger wordt om meer voor hand liggende alternatieve verklaringen in hun kring tegen te komen.

Publicatiebias is de vertekening die ontstaat als bij wetenschappelijk onderzoek de positieve resultaten wel, maar negatieve of onduidelijke resultaten niet gepubliceerd worden. Dit wordt ook wel het dossierkast- of bureaulade-effect genoemd, omdat de dossiers met negatieve resultaten in de kast of de (onderste) bureaulade 'verdwijnen'.

In sprookjesboeken worden die alternatieve verklaringen natuurlijk niet genoemd, want ze zouden uw kinderen slechts verwarren. En dan slapen ze niet in, stellen ze u moeilijke vragen en hebt u als ouder dus een probleem. Twijfel zaaien is opvoedkundig gezien dus zo niet slim. Laten ze er eerst maar een nachtje over slapen. En dan zien we wel of ze nog moeilijke vragen hebben over de moraal van de ouders van Hans en Grietje. Want welke ouder laat zijn kinderen nu zo achter?

We moeten dus voor de eind goed, al goed blijde boodschap van ieder sprookje één lijn trekken, want zowel de kinderen als hun ouders hebben behoefte aan eenduidigheid, regels zijn regels en discipline met betrekking naar de dagelijkse structuur. Maar daar had een Pippi Langkous lak aan, die alles maar weer Uranisch op de kop zette. Evenals het enfant terrible Greta Thunberg, die de gangbare politieke wereld te kijk zette met haar How dare you? Want het hele plaatje waar de politici in geloofden klopte volgens de klimaatwetenschappers niet meer.

Het gebruikelijke gebrek aan kritisch denken vinden we ook terug in politieke en heilige boeken en geschriften. Maar sprookjesboeken hebben niet de pretenties van astrologische, religieus of politiek gekleurde geschriften. In de laatste kringen versterkt de publicatiebias de beruchte kokervisie die het basiskenmerk is van eenieders beter weten. Met onze manier van indelen in categorieën kunnen we u wel even ontleden. Want dat is al zo vaak al met succes door onze religieuze voorgangers gedaan. Maar maakten ze daar ooit een universele wetenschap van? Of waren het slechts menselijke, al te menselijke, nooit serieus geteste hypothesen van een lokaal populistisch beter weten.

Maar vanuit zo'n kokervisie denkt Rudhyar de astrologische aforismen wel stuk voor stuk te kunnen verifiëren met een paar duizend horoscopen. Want dat de astrologische aforismen doorgaans werken is natuurlijk wel het stokpaardje waar de astrologen in geloven. En als een ander dat nog niet inziet, dan komt dat omdat die ander nog onvoldoende ervaring heeft opgedaan met de astrologische manier van observeren en verhalen. En dat is volgens hen niet de wereld van de empirische wetenschap Maar wat is het dan wel?

Een evidente correlatie in een bepaald geval hoeft helemaal niet op een onomstotelijk vast te stellen oorzakelijk verband te duiden, weet iedere onderzoeksrechter of advocaat. Daar zijn meer feiten en omstandigheden voor nodig. En zeker als de vermeende dader zich op grote afstand van het slachtoffer bevond. Gerechtelijk gezien hebben de planeten dus altijd wel een goed alibi.

Als de planeten oorzakelijk werken, werken ze dus indirect zoals geraffineerde Maffia bazen dat doen, die via tussenpersonen huurmoordenaars inschakelen om het vuile werk voor hen op te knappen. En probeer dan maar eens als buitenstaander te bewijzen welke maffiabaas of planeet uiteindelijk achter die moord zit. Daarvoor moet u meestal iemand raadplegen die ook in het complot zit. Maar met zo'n kroongetuige raakt u weer verstrikt in De leugenaarsparadox en andere verschijnselen.

Hetzelfde via via principe geldt ook in de witwasserij en belastingontduiking van witte boord criminelen: Doe het ingewikkeld, maak het fuzzy en onnavolgbaar. Alleen met onnavolgbare ingewikkelde constructies krijg u het voor elkaar dat niemand u betrapt op uw duistere handel en wandel. Zo werken oplichters en goochelaars, maar helaas ook teveel astrologische verklaringen.

Dat is dus het omgekeerde van wat Nederlands grootste programmeur E.W. Dijkstra adviseerde: Eenvoud is een voorwaarde voor betrouwbaarheid. In de wetenschap en het recht zou het daarom vooral moeten gaan om transparantie.

Voor grote groepen mensen zijn eventuele astrologische tendensen nog wel te achterhalen, omdat het “dat kan geen toeval meer zijn” gehalte statistisch valt te toetsen met behulp van controlegroepen. Dan kunt u nagaan of iets gemiddeld gezien goed of slecht uitpakt (“werkt”). Maar die mogelijkheid bestaat zelden in een individueel geval. Het gerechtelijk achterhalen van de waarheid kan dan jaren duren, vooral als het gaat om maar kleine tendensen, die mogelijk ook nog eens indirect via manipulatie en stromannen tot stand kwamen.

Maar voor een na een spoedcursus in de astrologische complottheorie gelovige kan het al meteen duidelijk zijn dat de asteroïde Barbertje moet hangen. Want stonden Barbertjes malafide praktijken niet in alle astrologieboeken beschreven?

Barbertje moet hangen betekent 'íémand moet de schuld krijgen, of hij/zij het nu gedaan heeft of niet'.

Als u als Belastingdienst ambtenaar via een spoedcursus van uw werkgever geïnstrueerd werd om bepaalde groepen mensen al bij voorbaat van delicten te verdenken, dan loopt u wel in de valkuil van het etnisch profileren. En dat leverde u een overschrijding op van het verbod op discriminatie in Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet, waar veel onschuldige Nederlandse burgers met een dubbele nationaliteit het slachtoffer van werden.

"Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan."

En dat principe geldt volgens mij en andere ADB onderzoekers ook voor de astrologie. Zie: What does the chart NOT show?

Alois: It does not show your intelligence, your wealth, your weight or height, your education, your health, the colour of your skin, whether you are a Saint, a Nazi, a Communist, a Trumpist or a normal person, and many other concrete things.

Als astroloog of als Belastingdienst ambtenaar kunt u daarom beter van “extreme sample cases” gebruik maken om de echte boeven via statistische methodieken op te rollen. Zo is het toch wel verdacht als een bepaalde persoon steeds weer opduikt bij meerdere nog niet met elkaar in verband gebrachte moordgevallen. Dan kan het om een seriemoordenaar gaan.

Maar het moet natuurlijk wel om een bewezen moord gaan en niet om een toevallig overlijden zoals in De zaak-Lucia de Berk:

Het unieke aspect in de zaak van Lucia de Berk is dat oorspronkelijk werd aangenomen dat er sprake was van meerdere misdrijven, terwijl uit de uiteindelijke uitspraak van het gerechtshof in Arnhem bleek dat er geen enkel misdrijf had plaatsgevonden. De justitiële dwaling sloeg niet op de persoon van de veroordeelde, maar op de feiten, die ten onrechte als moord dan wel poging tot moord gekwalificeerd waren.

Dus ook de bekend geachte statistieken zijn niet zo gemakkelijk te interpreteren als u de feiten en omstandigheden per geval onvoldoende kent. En dat is helaas al helemaal het geval met astrologen, die van alles menen te kunnen verklaren met hun verheven studie van slechts tien planeten in twaalf huizen en tekens, maar te weinig kennis van zaken hebben van de bewezen relevante factoren van datgene waar ze uitspraken over doen inhoudelijk te kunnen beoordelen. En het gevolg van die astrologische bevooroordeeldheid is willekeur.

Over het schuldig of onschuldig zijn gezien de vele factoren die een rol kunnen spelen in een individueel geval, moet altijd een onafhankelijke jury of rechter beslissen. En dat is vaak een lastig en tijdrovend proces waarbij veel getuigen en deskundigen opgeroepen moeten worden. Als veel onzekere factoren een rol spelen, zal een eerlijk proces wel jaren duren.

Maar krijgen we ook een eerlijk proces als astrologen zelf eventjes hun aforismen verifiëren? Met een of andere controlegroep of norm uit de astrologische Telegraaf in hun hoofd? Wat is dan hun maatstaf? En waarom hebben ze dat niet eerder massaal gedaan, bijvoorbeeld tijdens een soort astrologische reformatie met bijbehorende zuivering, waarbij het kaf van het koren gescheiden werd?

Rudhyars betoog doet me denken aan een slager die per se zijn eigen vlees wil keuren. En laat anders mijn bevriende collega's dat maar doen. Hij verzet zich tegen bemoeienis van buitenstaanders die niets van zijn astrologische manier van werken schijnen af te weten. Zelfs al zijn dat collega astrologen, die net als hem alleen maar naar de astrologische waarheid zoeken. Maar hun bevindingen erkent hij niet. Ze kijken blijkbaar de verkeerde kant op. Ze bekijken het niet voldoende vanuit zijn perspectief.

But this is not the way statistically oriented astrologers have been proceeding. What they have done is to erect the birth-charts of several thousand generals, priests, artists, statesmen – or of people known to have a specific disease or social-sexual problem – and to see whether in the charts of one of these categories of people one astrological factor is present in a particular location in a more-than-average (i.e. statistically relevant) number of cases being studies. In other words, the researcher does not start with an at least relatively well-established astrological proposition then inquire whether, statistically speaking this proposition is valid or not. He starts with a bio-social category (professional, pathological, or whatever it be) "hoping" to find that there will be some astrological factor that will stand out as possibly referring to some basic characteristics of this entire category of people.

Rudhyars volgende argument tegen de statistiek betreft nu niet de statistische methode. Want ook bij de door hemzelf voorgestelde verificatie van astrologische hypothesen in een paar duizend horoscopen, zullen de treffers en de missers toch wel geteld en gewogen moeten worden. Nee, Rudhyar gebruikt hier de bekende drogreden dat iedere arts, generaal of hond toch weer anders is.

En volgens astrologen komt dat natuurlijk doordat bij ieder individu de tien planeten aldoor weer anders staan. Daarom is iedere Zon in Ram niet alleen fysiek, maar ook astrologisch gezien weer anders. En daarom zegt het al dan niet statistisch significant zijn van een astrologische factor in een kruistabel niet zoveel over de afzonderlijke gevallen. Dat probleem noemen statistici spreiding. Maar volgens Ruhyar speelt er veel meer dan dat. Een elementair kentheoretisch probleem dat nog niet iedereen schijnt te bevatten.

But what does the category "medical men" or "general" actually mean in terms of the individual persons listed in books referring to that profession? Very little indeed! A youngster may take the medical courses or enter West Point or enlist in some branch of the services for many reasons, some of which may have very little to do with the character of the profession. A good general today may be an excellent administrator, or he may attain top ranks for various political reasons – and in the past because of his aristocratic background. All these things do not tell much about his personal character and his individual responses to life.
This is, of course, the typically scientific way of describing "reality" – description by category or class. A German shepherd dog is "a dog," whether he is a dangerous, violent animal or a loving companion for a blind person. What makes him a "dog" is a certain set of biological features; but science does not deal with what the individual dog is like and what is his place and function in our human world. However, defining a complex set of biological features and stating that Mars is found in, say, 65% of cases near the midheaven or the ascendant in the charts of "generals" are two entirely different things. The astrological and the biological statements belong to two different orders of concepts.

Natuurlijk is ieder individueel geval van een bepaalde categorie weer anders. Maar is die open deur een onoverkomelijk metafysisch of kentheoretisch probleem? Dat lijkt wel mee te vallen. Zelfs kleuters weten na een tijdje wel dat iedere aap, noot of poes er wat anders uitziet dan de aap, noot en Mies van hun leesplankje. Maar ze raken hiervan niet in paniek. En ze doen er ook niet moeilijk over zoals Rudhyar.

En ook de Saturnale rechters weten dat de ene agressieve daad de andere niet is. Want de feiten en omstandigheden zullen per krantenkop “Ram agressief. Schorpioen zint op wraak!” nu eenmaal verschillen. Een veroordeling van die daad hoeft dus niet noodzakelijk te volgen. Het kan ook om een ongelukkige samenloop van omstandigheden gaan. In dat geval was uw bron van informatie slechts een krantenkop in de astrologische Telegraaf. En zo'n onbewezen geval zou in Rudhyars kwalitatieve verificatie methode beslist niet mogen tellen.

Maar wanneer is een astrologisch aforisme in een individueel geval geldig in de zin van dat kan geen toeval meer zijn? Gelden daar niet dezelfde normatieve bezwaren die Rudhyar tegen het categorisch denken van statistici inbracht? Dat de ene Ram de andere niet is? En dat de ene agressieve daad niet de andere is? Gaan de aforismen uit de astrologieboeken ook niet uit van categorieën? Maar gaat het dan ook niet om vooroordelen en onbewezen veronderstellingen waar een onderzoeksrechter of onderzoeksjournalist korte metten mee kan maken? Kunnen we de astrologische aforismen eigenlijk nog wel verifiëren?

Over die belangrijke vragen doet Rudhyar geen uitspraak, want zover heeft hij niet nagedacht. Wel beweert hij plotsklaps dat astrologische en biologische uitspraken niets met elkaar te maken hebben. Het zijn “gewoon” verschillende domeinen. Dat klinkt aannemelijk, maar het is weer zijn zoveelste drogreden. Het is zoiets als beweren dat appels en peren niet met elkaar te vergelijken zijn. Kunnen we die vruchten dan niet meer meten, wegen en proeven? Is de bewering “Rammen zijn agressief” alleen meetbaar als we dit biologisch opvatten?

Waarom dat het geval is, anders dan uit zijn verknipte beschrijving van de wetenschap zou moeten blijken, wordt ons niet duidelijk gemaakt, totdat hij een geheel nieuw concept (geloof) introduceert: individueel holisme.

The astrological approach to the problem of human existence has developed, I believe, in contrast to the statistical method, for this characteristic astrological approach deals essentially with individual whole situations or persons. What individualizes the typical astrological situation is its position in time and space. Astrology is fundamentally the study of the significance of space-time positions in terms of the balance of bio-physiological drives and functions within any more or less well-integrated individual system of organic activities. An individual person is such a system.

Astrologische uitspraken gelden voor hele individuen, terwijl statistici alleen maar wat algemeens over groepen kunnen zeggen. Het zijn gewoon verschillende werelden. En u kunt ze niet los van elkaar zien, ook al denken empirici van wel. Maar die lieden denken gewoon niet holistisch genoeg.

Bertrand Russell in his "Analysis of Matter" defined statistics "ideally as accurate laws about large groups." Even if "ideally" considered, the fact is that they have no real significance except in terms of "large groups." How large the group remains a question. The basic point is, nevertheless, that statistical statements concern classes of phenomena but not individuals included within these classes. Because of this, statistical knowledge is valuable only when one wants to know refers to the behavior of the class (or group) as a whole and there is no concern for the individual.

Waar Rudhyar eerder een geïsoleerd citaat van Einstein misbruikte, misbruikt hij nu Bertrand Russell (1872-1970). En opnieuw vertelt hij niet het hele verhaal. Zo waren Einstein en Russell bepaald geen vijanden van de statistiek. Einstein was zelf een statisticus. En beide heren hadden kennis van en waardering voor Kuhns normale wetenschap. Omdat ze begrepen dat ingenieurs, artsen en psychologen gebruik moesten maken van grootschalig statistisch onderzoek om hun individuele cliënten beter te kunnen te adviseren.

Maar Rudhyar maakt daar doodleuk van dat groepskenmerken niet relevant zijn voor het individu. Blijkbaar had hij niet gehoord van het bekende syllogisme van Aristoteles:

Alle mensen zijn sterfelijk (majorpremisse)
Socrates is een mens (minorpremisse)
Socrates is sterfelijk (conclusie)

Maar toch lijkt Rudhyar wel iets van de empirische principes te begrijpen, als hij beschrijft hoe sociale wetenschappers rekening houden met verschillende groepen, als ze via steekproeven voorspellingen doen over het stemgedrag van de natie als een geheel.

The same is true of popular polls in politics – perhaps with the quite remarkable difference that apparently citizens do not vote as individuals, but as members of a social, ethnic, racial, or geographical class. If this were not so, the polls taken by questioning a few thousand supposedly representative persons would not possibly indicate what the votes of an electorate including many millions of persons would be. That is to say, these millions of people do not respond to the issues of the campaign "as individuals"; and this, of course, is the huge joker in the democratic system which is "ideally" based on the free decisions of individuals.

Maar het feit dat statistisch gezien zoveel personen slechts als deelnemers van groepen handelen en wandelen, is volgens Rudhyar beneden hun waardigheid als individu. Want idealiter zou ieder lid van een democratie als een vrij individu moeten kunnen stemmen. Maar blijkbaar gebeurt dat niet en kunnen alleen dwazen als Donald Trump hun astrologische ideaal verwezenlijken.

Maar hoe verklaren we zoiets? Zie Radix5 versus Sirius. Sein oder Sollen?

Maar met één iconisch exemplaar kunnen we nog niet concluderen, dat de astrologie als zodanig werkt. Want als astrologie als empirische wetenschap werkt zouden we eigenlijk de profielen die Koen van de Moortel met Radix5 presenteerde op Trumps geboortedag terug moeten zien: Het astrologische Sein. Want die waren gebaseerd op meer gedegen empirisch onderzoek in plaats van de gebruikelijke astrologische veronderstellingen uit de leerboeken: Het astrologische Sollen. Trump gedraagt zich volgens het astrologische boekje, maar ook volgens een catechismus die volgens de professionele astrologen meestal niet klopt, zoals Halbe van der Velde stelde. Hoe kan dat? Hoe lossen we dit dilemma op?

Rudhyars holistische visie is een vaag begrip, zoiets als de onzichtbare kleren van de keizer of een soort Ego waarmee mensen zich kunnen identificeren, maar dat uiteindelijk toch niet als duurzame substantie blijkt te bestaan. En het is vooral een deus ex machina waarmee het tij voor astrologen weer helemaal lijkt te keren.

Deus ex machina (Latijn: god uit een machine) is een narratieve techniek waarbij er sprake is van een onverwachte ontknoping van een verhaal. Men spreekt van een deus ex machina als een plot op een manier, die niet logisch uit het voorafgaande voortkomt, onverwacht een einde aan een episode maakt. Te denken valt aan een goddelijke of bovennatuurlijke persoon, die ingrijpt, of aan een wapen met een superkracht, dat wordt gevonden, maar waar men daarvoor niet naar op zoek was. Het is dus een soort kunstgreep.

Als astrologen maar holistisch genoeg naar individuele situaties en personen kijken, overzien ze ineens het hele plaatje.

Ik moet nu even op adem komen. Ik had dat verhaal nog niet van die kant bezien. En toch klopt er iets niet zegt de Stier in mij. Maar als ik dan het astrologieprogramma Radix5 raadpleeg dan doorzie ik Rudhyar meteen. Hij kletst gewoon teveel uit zijn nek, zonder kennis van aardse zaken. Het stond al in zijn sterren geschreven. Veel lucht, maar weinig aarde. Is dat niet een klassiek, voorspelbaar astrologisch patroon van iemand die zich teveel met zijn horoscoop identificeert? Zie: Rudhyar, Dane.rtf

interpretatie: Rudhyar, Dane
Klassieke interpretatie radix personen
De hierna volgende interpretatie die aan de planeetstanden bij uw geboorte gegeven wordt, is gebaseerd op omschrijvingen van diverse beroepsastrologen. De meeste verbanden tussen de kosmos en persoonlijke kenmerken zijn gecondenseerd uit subjectieve waarnemingen en zijn nog niet op een wetenschappelijke manier aangetoond.
_____________________________________________________________________________
Eerst bekijken we de globale verdeling van de vier elementen in uw horoscoop.
aarde < 1
Het aardse bestaan stelt u voor zware problemen. Het vergaren van de noodzakelijke materiële bestaansmiddelen is voor u een beslommering die u er liever niet bij zou hebben, en het zal u dan ook moeite kosten of gekost hebben een plaatsje in de wereld te veroveren. Het positieve aspect van deze energie-toestand is dat u uw spirituele en creatieve aspiraties niet vlug zal laten inperken door stoffelijke beperkingen.
lucht > 40
U hebt een uiterst actieve geest, en abstracte denkbeelden vormen voor u geen probleem. U kan zaken objectief vanuit alle hoeken bekijken, hetgeen niet uitsluitend een pluspunt is: in sommige gevallen kan u te lang blijven "kijken" zonder daadwerkelijk iets met een idee te "doen". Het regelmatig veranderen van omgeving is voor u aan te raden, om uw overactief zenuwstelsel te ontladen.

Maar hoe gaan we dan om met de De leugenaarsparadox en andere verschijnselen. Ik weet het niet. En of deze door mij gezochte selectie van de hele horoscoop nu toeval is of niet wens ik toch wel in meer gevallen te onderzoeken. Maar dat kan voor mij alleen via statistisch onderzoek en kansberekening.

Dat kan toch niet waar zijn?

> Top <

Iemand mag de geldigheid van de gravitatiewetten van Newton terecht betwijfelen als hij tijdens een bombardement van een appelboom opeens appels de lucht in ziet vliegen. Dat kan toch niet waar zijn? Hoe zou een holistisch denkend astroloog dat gravitatieprobleem oplossen? We moeten dan wel zowel met de tijd als de plaats rekening houden stelt Rudhyar.

Carl Jung’s statement that all that happens at a particular moment of time is defined by the character of the moment is not completely true. The factor of location in space is also involved. What astrology studies is the relationship of any point in space to the whole surrounding universe at a particular time. The interpretation of what constitutes the surrounding universe (or the cosmic environment) may vary according to what is considered at any time to be relevant and usable factors; thus, at one time it may be seven planets observed on the background of relatively changeless star patterns (i.e., constellations) and at another time ten planets whose cyclic motions are plotted against the background of the cyclic Earth-to-Sun relationship (i.e., the Earth’s orbit). In the distant future, astrology may consider other factors "relevant and usable" – factors perhaps related to galactic phenomena.

Maar het is nog wel de vraag of u een dergelijk fenomeen met een transit over de horoscoop van de boomgaard, de appelboom of zijn vruchten kunt verklaren. Artilleristen hebben daar eenvoudiger verklaringen voor. Maar een holistisch georiënteerd astroloog kan natuurlijk altijd beweren dat hij zoiets merkwaardigs beslist zou kunnen voorspellen, als hij óók weet had van de juiste horoscoop van het kanon, de granaat en de artilleristen. Want dan kon hij het hele plaatje overzien. Misschien zag hij wel een bepaald patroon in de langzame planeten dat op een wereldoorlog duidde. Dan was het Zeitgeist. Maar waarom die ene boomgaard wel en de andere niet getroffen werd vereist natuurlijk wel nader onderzoek. Maar als u maar diep genoeg in dat mysterie graaft, dan komt u er wel uit. Maar het blijft in de ogen van Popper natuurlijk wel een waardeloze hypothese.

Want wat is het hele plaatje voor veel mensen in de praktijk? Is dat niet hun meest eenvoudige (elegante) voorstelling van zaken, waarmee ze iets dat hen beter uitkomt kunnen verklaren? Wat Rudhyar deed toen hij de motieven onderzocht van waarheidszoekers als de psycholoog en "neo-astroloog" Michel Gauquelin met het oogmerk om hun statistisch onderzoek in diskrediet te brengen? De arme man pleegde zelfmoord nadat hij zowel door de wetenschappelijke wereld als door de astrologische wereld in de mangel werd genomen. Maar levert dat de gewenste Survival of the fittest versus mindfulness op?

Mindfulness en cognities werden toverwoorden in de psychologie. Gelooft u nog steeds in de woorden die u daarnet zei? Laten we liever de gevonden feiten onder ogen zien en onderzoeken, zonder ons dwangmatig met het een of het andere idee te identificeren. Wat zijn de objectieve feiten en hoe gaan we hier redelijk mee om?

Merkwaardig genoeg werken de verklarende technieken van astrologen ook goed met de verkeerde invoer. Want wat ziet u steeds weer als u met voor u voldoende relevante factoren rekening houdt? Ontelbaar veel mogelijkheden. En wat betekent dat holistisch gezien? Dat uw favoriete astrologische verklaring er ook wel tussen zit. En dat is nu net die luchtige ruimdenkendheid waar Karl Popper (met maar 15 % lucht) zo'n grondige hekel aan had.

In astrology, Mars refers essentially to outward movements and to what makes these possible or desirable; thus, it refers to all muscles but also to the psychological drive toward a desired action. This is the basic Mars character. From it many secondary characteristics are deduced, but all of them are not necessarily relevant to an individual person who chart is being studied. Mars may mean aggressiveness, anger, intense desire, sexual potency, jealousy, and instinctual attraction for using weapons or metal tools, leadership under strenuous circumstances, a tendency to accidents, etc. It can refer indifferently to physical or psychological characteristics; both types may exist, yet one may entirely dominate the other. Moreover, a combination of other planets may produce effects similar to those of Mars and either enhance, frustrate, or condition this Mars factor.

En dat is het probleem van de meeste astrologen: Ze kunnen achteraf van alles breedvoerig verklaren, maar nog niet het kleinste detail voorspellen. En hoe gaan we daar mee om? Door maar twee werelden te veronderstellen, die van ons eigen astrologische gelijk en die van de wetenschap, die net als de zondagse waarheid van de kansel en de doordeweekse praktijk niets met elkaar te maken schijnen te hebben.

Vergelijken we groepen, dan kunnen we via statistische methoden de betrouwbaarheidsintervallen van die effecten meten. En dan kunnen we de volgens Rudhyar “nog niet 100 procent accurate” astrologische uitspraken als Rammen zijn volgens de ADB vaker agressief, behoorlijk nuanceren.

In een onderzoek uit 2019 van de ADB Research groep werd Zon in Ram 1,53 (ci 0,95-2,11) maal zo vaak aangetroffen in de ADB categorie aggressive/brash dan in de ADB was verwacht (p=0,0278).

Maar astrologen willen het liefst uitspraken doen over unieke gebeurtenissen volgens hun eigen referentiekader, dat ook nog eens per geval “op maat” kan worden toegepast. Want zo kan niemand hen meer op listig opportunisme betrappen. En dat maakt iedere astrologische hypothese volgens Popper zo onweerstaanbaar uniek en onweerlegbaar. Beslist geen wetenschap, maar wel een leuk vertier voor bluffende speculanten. En het geeft uw ego beslist een goed gevoel als uw uitspraken ook nog eens gewaardeerd worden door uw eigen publiek. Want zo werken mensen het liefst.

In a similar sense, I do not feel that statistical research as it is being used today in astrology can ever touch the basic questions which astrology poses. As I stated some 36 years ago, if astrology is to be considered a science, it should not be as an empirical science, but as a kind of algebra based on a new and complex type of "holistic" logic dealing with the structural operations of a few variable factors which can be found at work in any steady and organized system of activities.

Rudhyar heeft zijn holistische algebra nooit op papier gezet. Net als de populistische Amerikaanse president Donald Trump (aarde < 15), barst hij van de ideeën, maar een uitgewerkt plan ontbreekt. Hij zet zich slechts af tegen de gevonden empirische werkelijkheid, zonder de moeite te nemen zijn alternatieve visie ook maar in grote lijnen uit te werken. Want wie stelt moet zijn stellingen ook in het openbaar bewijzen. En die stelt zich dus kwetsbaar op. Maar voor zijn eigen parochie kan een populist wel van alles suggereren en beloven.

Maar hoe ziet die nieuwe algebra er nu eigenlijk uit? En kan ze ooit op een met anderen gedeelde praktijk toepasbaar zijn? Misschien heeft Rudhyar ooit een ergens gelezen dat in de kwantummechanica complexe getallen gebruikt worden. En dat zou natuurlijk alles kunnen verklaren. Maar Rudhyar heeft niet door dat de kwantummechanica een extensie is van de normale fysica. En dat het geen zin heeft om de uitzonderingen op de regels te berekenen als je de basale empirische regels niet eens kent of ontkent. En al helemaal niet, als je niet van de de door de kwantumfysica benodigde statistische methoden gebruik wilt maken. Want de thermodynamica is een en al statistiek.

Een dergelijk gevoel van “ik kan het niet volgen” overkwam mij als student scheikunde tijdens de lessen kwantum fysica eind jaren zeventig, maar ook wel in de kerk of tijdens een lokaal politiek debat.

Maar Rudhyar is fel gekant tegen het gebruik van die statistische technieken, omdat ieder individu of situatie zo uniek is. En in die hoax gelooft ieder ego. En daar maken de mannetjesmakers in zijn nieuwe vaderland natuurlijk gretig gebruik van. Tijdens een Amerikaanse verkiezing gaat het niet om de gevonden feiten, maar om het grondwettelijke recht van een ieder individu om die feiten zo nodig met vuurwapens te verloochenen. Na kennis te hebben genomen van de gangbare propaganda.

En zijn die individuen wel identiek, zoals bepaald typen ongeleide projectielen, kogels en virussen, dan hebben ze weer een andere geschiedenis, plaats en bestemming. Maar kunnen we daarom geen virologie of ballistiek meer bedrijven? Of sociologische uitspraken over groepen doen. Of iets over een individu voorspellen? Of iets over een enkel atoom? Natuurlijk wel. Dat is wat normale wetenschappers aldoor doen.

Maar als u op de door Rudhyar gesuggereerde manier iets voorspellen moet, dan hebt u wel een probleem. Welke interacterende factoren zijn relevant? Als u alleen al met de effecten van 10 planeten in een verschillend teken en huis rekening moet houden, dan moet u al 144 tot de macht 10 is 3.833.759.992.447.475.122.176 combinaties zinvol van elkaar kunnen onderscheiden. Een empirisch onderzoek om de kenmerken van al die varianten vast te stellen lijkt ons een schier onmogelijke zaak.

Maar als u door die complexiteit empirische gezien niets meer kunt voorspellen, wat is uw astrologische verklaring dan nog waard? Maar hier komt Rudhyars betweterige holistische visie van pas. Want gelukkig voor de astrologen heeft iedere planeet zijn eigen specialiteit en gedraagt iedere planeet zich - volgens deze astrologische algebra althans - braaf volgens de welbekende regels van het astrologisch symbolisme als ze van huis of teken verspringen.

En daarom kan een astroloog of een computerprogramma er toch nog wel wat zinnigs over zeggen, iets dat voor astrologen althans aannemelijk lijkt. Maar het spreekt vanzelf dat dit wel een gedeeld geloof moet zijn, want niemand kan nu eenmaal al die gevallen controleren. En dat het geloof in zo'n astrologische basisstructuur wezenlijk is om astrologie te kunnen bedrijven, geeft Rudhyar zelf ook met nadruk aan.

The important point in any type of astrology is the belief that everything displaying a steady organized structure relating a small number of functional activities to each other can be given a meaning in terms of the cyclic interplay of a few relevant and usable factors dynamically interrelated in the cosmic environment of that structure.

Maar zou u met die wetenschap de astrologische aforismen kunnen toetsen na bestudering van een paar duizend horoscopen? Nee, nooit. Het zou logisch gezien al een gewaagde opgave zijn als u zich tot de drie belangrijkste astrologische factoren zou willen beperken.

Stel dat iemand een boek zou willen schrijven over de 1728 (12^3) combinaties van Zon, Maan en Ascendant in teken. Natuurlijk moet hij eerst wel wat reële gevallen van die combinaties bestuderen. En als de eerste Zon, Maan en Ascendent in Ram die hij aantrof bepaald niet bewezen agressief was, krabt hij zich wel even achter zijn oren. Dit moet dus wel de bekende uitzondering op de regel zijn.

De astroloog besluit per combinatie meerdere gevallen te bestuderen, om de kans op uitzonderingen op basis van bemonsteringsfout te verminderen. Hij raadpleegt daarvoor een statisticus die hem adviseert voor np >10 te gaan, waarbij p de kans is om een bepaalde gebeurtenis aan te treffen. En hij vraagt aan zijn wijkagent hoeveel burgers in de stad nu eigenlijk bewezen agressief zijn. De wijkagent schat het in op één op de honderd, maar het verschilt nogal per buurt.

De astroloog slaat dan weer aan het rekenen: Om zo'n drieeenheid in het Noordelijk halfrond te bestuderen op de factor bewezen agressief heeft hij op zijn minst 1728 (12^3) maal 2 (correctie voor snelrijzende tekens) maal 1000 gevallen per combinatie (np>10 ) nodig. Dat zijn maar liefst 3.456.000 te onderzoeken horoscopen. Maar zo groot is de door hem maar voor een deel bestudeerde Astrodienst database nog niet eens!

Dat op de astrologische praktijk gebaseerde basisboek werd dus nooit geschreven. Want geen astroloog kan ervaring hebben opgedaan met zoveel varianten. En bovendien hield dat onderzoek ook nog niet eens voldoende rekening met de huisposities, andere planeten en hun onderlinge aspecten die volgens alle astrologen ook van invloed konden zijn. Om maar niet te spreken over de vele niet-astrologische factoren die dat plaatje kunnen verstoren.

Bevooroordeelde astrologen die de uitkomsten van dat gigantische onderzoek vanuit hun luie stoel bekritiseren kunnen dus altijd weer zeggen: U bekeek maar een fractie van wat er in een hele horoscoop te vinden is. Elke unieke combinatie van Zon, Maan en Ascendant is toch weer anders. Wij hebben hier toch echt andere ervaringen mee opgedaan.

Maar is dat ook het geval? In theorie hebben ze gelijk, maar in de praktijk zal geen astroloog met al die factoren rekening kunnen houden. En dus ook de critici van dit in opzet holistische versie 0.1 onderzoek niet. Maar bij gebrek aan beter verklaren astrologen daarom in de praktijk gewoon wat ze met hun astrologische algebra verklaren willen en als ze genoeg indicatoren gevonden hebben in een complexe horoscoop houden ze ermee op.

En dat ad hoc beleid noemen ze holisme, want dat verkoopt nu eenmaal beter dan het to put in my two-penny worth in een economie waar het doorgaans om het grote geld draait. Daar had Rudhyar wel een punt. Maar volgt het een uit het ander?

The earliest reference to an analog of "two cents" appears in the lesson of the widow's mite in both the Gospel of Mark and the Gospel of Luke. In the biblical episode, several wealthy temple patrons donate large sums of money, but an extremely poor widow places just two small coins, i.e. her two cents, into the offering. She finds greater favor with Jesus than do the wealthy patrons, seeing that the widow gave all of her money to the Temple in Jerusalem while the wealthy patrons made little investment, leaving much money for themselves.

Maar wat was nu de alternatieve claim van Rudhyar? Nadat hij ruiterlijk toegaf dat de over eeuwen heen geaccumuleerde astrologische wijsheid nog niet 100% accuraat was (een grove understatement!), zal met de nog nader te bepalen kennis van die tien planeten wel het hele plaatje van een individu te overzien zijn. Het gaat dan om deductie, dus conclusies trekken op basis van juist bevonden aannames.

More simply stated: the astrologer observes the interrelated motions of the closest factors in the cosmic environment of a particular locality on the earth's surface - i.e., the ten astrological planets - and having identified these planets with the most basic functions and drives in the total organism of a particular human being, he deduces from the interrelationships of the planets at a particular time what the interrelationships between the constituent parts of this human being will be.

Maar die astrologische aannames waren nu juist het probleem! Die zijn nooit behoorlijk geverifieerd! Het gaat slechts om een veelvoud van astrologische hypothesen (leerstellingen), die nooit in de praktijk werden aangetoond. Althans niet op een gangbare manier. Tenzij u het Halleluja en Amen in een ik weet niet wat voor kerk of religie als een bewijs voor de waarheid van de verkondigde preek aanziet.

Dus waar statistici slechts iets algemeens kunnen zeggen over groepen, zouden astrologen met een nog niet 100% correcte kennis over de effecten en interacties van de tien planeten op mensen, het hele individuele plaatje ineens wel overzien? Maar is dat aannemelijk? Is dat logica zoals bij statistische toetsen het geval is of is dat toch weer een fabeltje uit de Donald Duck? Hoe flikt een holistisch denkend astroloog dat kunstje met tien planeten?

This may sound very abstract to a fan of astrology who is told that he must beware of accidents or feverish complaints because Mars is now moving over his Sun in his natal sixth house; but I cannot see how astrology, especially natal and horary astrology, can be significantly justified in any other way. Only such an approach to the problem of the nature of astrology can explain why Jupiter, for instance, can refer to such diverse matters as wealth, authority, social prestige, good fellowship, a sense of self-righteousness, religious institutions, the condition of a man’s liver and solar plexus, or whether he is slim or fat, etc.

Daarna komen we weer in de gebruikelijke astrologische cirkelredeneringen terecht. Empirisch gezien is het hele plaatje niet te bevatten, dus moet het wel om een deductie gaan. En omdat het voor ons astrologen werkt, moet het wel om een correcte metafysische deductie gaan. Mars werkt Martiaans, Venus Venusiaans, en zo verder, wat de al te aardse empirici daar ook van mogen zeggen.

Maar is dat geen taalspel? Het zijn leuzen die aanhangers van de astrologische school misschien goed in de oren klinken, maar ze hebben geen binding meer met de fysieke en sociale werkelijkheid van de niet in die theorie gelovigen.

When Einstein sought to reduce every basic activity and process in the universe to a universal formula, he was acting as a metaphysician. He was seeking to discover through the multiplicity of secondary phenomena a fundamental principle or formula of action, undertoning, as it were, all of the infinitely varied rhythms and modes of behavior found in the cosmos.

Rudhyar stelt dat ook de formules van de moderne fysica niet meer te bevatten zijn, dus ze moeten wel metafysisch zijn. Zoals de elektrische schakelaar van een gloeilamp een soort toverstok voor de Middeleeuwse monnik Catweazle was. En om de kunst helemaal te beheersen, voegde Catweazle er wat toverspreuken aan toe.

Zie de tweede aflevering van mijn favoriete jeugdserie Catweazle - The Sun in a Bottle op circa 14h20.

Het doet me denken aan het boek De magische wereld van het kind van Selma H Fraiberg. Daar verbaast het jonge kind zich erover dat de ouders zomaar uit de ruimte (huiskamer) kunnen verdwijnen. Met een deur hebben ze nog geen persoonlijke ervaring opgedaan en objectconstantie ontwikkelt zich pas na 6-12 maanden, dus dat is een doodeng gebeuren. Maar het kind lost dit probleem van een complexe wereld die hij nog niet begrijpen kan op door die wereld dan maar magisch op te vatten.

Ook volwassenen worden vaak geconfronteerd met zaken die hun pet te boven gaat. En ook zij kiezen liever voor een irrationele verklaring of drogreden, dan dat ze ruiterlijk toegeven dat ze niet weten wat er aan de hand is. Want in het laatste kunnen ze niet zoveel anders doen dan hopen en onderzoekend afwachten, maar als de angst toestaat dan komen afweermechanismen in stelling:

Een afweermechanisme in de psychologie is een techniek of trucje die de geest onwillekeurig gebruikt om bepaalde driftmatige strevingen en verlangens en waarheden (realiteiten) die te veel angst of verdriet oproepen, uit het bewustzijn weg te houden.

Het denken wordt dan wat minder helder, maar als de angst weer zakt ontstaat er ruimte om alternatieve hypothesen te bedenken. En bij gebrek aan aanknopingspunten, moeten ze dan weer aan de basis beginnen. Mensen beginnen dan weer met de grote filosofische persoons- en zijnsvragen en ons kenvermogen daarvan. Wat is leven? Waar doe ik het voor? Waar wil ik heen?

Zo ook Rudhyar, die niet aan zijn missie als astroloog twijfelt, evenmin in zijn met andere astrologen gedeelde geloof in de tien werkzame planeten in de Gods astrologisch huizen, nu ook weer de diepte in duikt. En hij sluit dan graag aan bij Einstein, die bekend werd van de uitspraak: God dobbelt niet. Geloven astrologen immers ook niet dat toeval niet bestaat? Wat bedoelen ze daarmee? Hoe doen ze dat? Volgens hun mores mag je ze dan wel met kwantum fysika associëren. Ook al hebben ze er geen idee van wat dat behelst. Maar zo werkt hun magische kosmos nu eenmaal.

Op dezelfde manier als Einstein de dimensies van tijd en ruimte onderzocht, proberen astrologen al eeuwen de relatie tussen de microkosmos in hun hoofd en naaste omgeving met de macrokosmos daarbuiten tot een paar metafysische principes te herleiden (reduceren).

But this is really what astrology has attempted to do for millennia. It has sought to know that underneath the complexity of traits of human character and of types of natural events and processes of existence, one can distinguish a few basic qualities and patterns of relationships; and it has claimed that these few basic factors could be related to the simple motions and interrelationships of the main components of the solar system; i.e., of our closest cosmic environment. This is the fundamental fact about astrology. It implies a metaphysical concept; and the problem it poses must be answered at two levels: (1) Can one really reduce all human activities and traits of character to the cyclic interaction of ten variables, whatever these variables may be? (2) If so, is the ever-changing pattern produced by the periodical changes in the environment of our planet, Earth, a relevant indicator of the operations of these variables?

En die grote queeste begint hij met het opnieuw stellen van de grote vragen: Kunnen we werkelijk alle menselijk activiteit en karaktereigenschappen reduceren tot de cyclische interactie van tien variabelen, wat die variabelen ook mogen zijn? En kunnen we periodieke planetaire veranderingen in de omgeving van de aarde hiermee correleren?

Is daar iets mis mee? Nee, op zich niet. Vragen staat vrij en iedereen mag overal over speculeren. Maar zo'n niet direct uit de empirie af te leiden hypothese is maar het halve werk stelden we in: Kunt u astrologie uit de boeken leren? En daarom is het zo vreemd dat Rudhyar met alle macht het empirische onderzoek naar deze door hem gestelde vragen tracht te ridiculiseren. Wil hij vanuit zijn eigen leunstoel die metafysische vragen beantwoorden?

Tegenwoordig gelden naast kritisch rationeel denken, statistische testen met controle groepen en voorspellende mathematische modellen als gouden standaarden in de wetenschap. En in het civiele recht geldt: Wie stelt, die bewijst (celui qui le prouve). Oftewel, iedere partij in een geschil moet bewijzen aandragen voor haar beweringen. Maar welke astroloog doet dat op een door statistici of rechters geaccepteerde manier?

Empirisch onderzoek afkraken is een ding, maar goede alternatieven aanbieden is iets anders. Wat stellen astrologen daar uiteindelijk tegenover? Dogma's en eigengereide meningen. Hoe het werkt weten we niet, waarom het werkt weten we niet en we kunnen die tien planeten op allerlei manieren interpreteren, maar dat deze magie voor ons werkt, daarover zijn we het eens. Het is zoals het is. En is dat niet een fantastisch verhaal? Maar is dat ook niet het credo van alle gelovigen in iets?

In other words, ten variables are considered sufficient to interpret and to attribute meaning to all past and present events and personal crises and to enable the astrologer to predict future developments. Moreover, the relatively simple formula which a birth-chart constitutes is said by the astrologer to define the very character of the "native" – even though human character is quite a complex affair! Obviously, it can only do so if the ten variables represents the basic qualities of existence which may manifest at any and all levels of human personality. We, therefore, are leaving altogether the scientific realm of quantitative measurements and in astrology we are operating in terms of the organic interplay between universal qualities or life rhythms. Each of these ten qualities – modified by their positions within frames of reference like zodiacal signs and natal houses – must, therefore, cover a multitude of cases. Mars can refer to any characteristic form of behavior, feeling-response, and mental activity which displays a "Martian" quality.

Wist de meta-realistische schilder Dane Rudhyar dat hij met 12 tot macht 10 is 61.917.364.224 combinaties van tien planeten in teken te maken heeft? Een pointillist die op elke vierkante millimeter van het doek een klein stipje zette zou daar jaren mee bezig zijn. Met een miljoen stipjes per vierkante meter, levert dat 61.917,4 vierkante meter op, zeg maar ruim zes hectare of bijna negen voetbalvelden van 0,7 hectare. En dan wordt de holistische synthese van het hele plaatje toch wel een kwestie van smaak en voorkeur. Welk stukjes van het geheel gaan we bestuderen en welke niet? Laten we dat aan het toeval over of kiezen we hierin onze eigen weg? En dan hebben we nog niet eens gehad over hun huisposities en onderlinge aspecten.

Een modern computerprogramma kan daar met behulp van het astrologisch symbolisme nog wel een uitdraai van geven, maar een gewoon mens kan al die factoren onmogelijk in zijn werkgeheugen vasthouden. En een onderzoeker die geen gebruik wenst te maken van het astrologische symbolisme, gewoon omdat het aantoonbaar op vooroordelen berust, wacht een onmogelijke taak.

Maar ook Rudhyar heeft nog wel enig begrip voor verhoudingen. Zo stelt hij dat als 60% van de generaals in een empirisch onderzoek een bepaald astrologisch kenmerk hebben, dat nog niet wil zeggen dat 60% van de jongelingen met die eigenschap later ook een generaal zouden moeten worden. Nee, want zoveel generaals kunnen er nooit zijn.

Thus, if a person born with Mars close to the midheaven of his birth-chart, it makes no sense at all to tell him that by temperament he should be, or will be, a successful military man. This would be a reversal of judgment, for even if 60% of all generals were proven to have Mars near their natal midheaven, it does not follow that 60% of the people having Mars near their midheaven should enter the military service, hoping for several "stars" on their uniform. Astrology deals with individual persons; it is meant to help these persons to live a more harmonious and significant, a richer and fuller life. In pursuit of such a goal, quantitative factors are of little value, for what is at stake is the quality of each of the persons’ ten basic bio-psychic organic functions – the Sun function, the Moon function, the Mercury function, the Venus function, the Mars function, etc.

Rudhyar gebruikt opnieuw niet relevante argumenten met betrekking tot de aard en de doelstellingen van de astrologie, waar een simpele rekensom volstaat. En hij begrijpt niet dat de kwaliteit van astrologische factoren, zeg Mercurius staat voor intelligentie, ook meetbaar kan zijn. Maar Rudhyar spreekt niet voor een in logica, wetenschap en rekenkunde geïnteresseerd publiek, maar voor een “astrologisch” denkend publiek. En dat publiek wenst van alles en nog wat in een astrologisch kader te zien. Net zo goed als een religieuze voorman de wereld in theologische termen tracht verklaren. En dat zo een hogere algebra is net zoals het in rijm en ritme zetten van een gedicht natuurlijk best wel een hele kunst. Maar resulteert het ook in een hogere waarheid?

The specific "genius" of astrology resides in the astrologer’s ability to relate every trait of character, every mode of behavior, every form of intelligence, every vital feeling-response to merely ten variables. The more complex human existence becomes, the more each of those variables has to be loaded with possible meaning – a process which seems to be in direct opposition to the ever more refined type of analysis developed by modern scientists so specialized that indeed they come "to know more and more about less and less."

Maar waar was volgens Rudhyar die nog niet 100% correcte astrologische kennis op gebaseerd? Op hoop, geloof en liefde voor de astrologie. Maar beslist niet op inductief empirisch onderzoek, want als het in de twintigste eeuw met computers en grote databestanden al niet is gelukt om de astrologische code te kraken, dan is dat vast ook niet in de oudheid al voor u gedaan. En als dat ooit wel het geval was, dan is het nu niet meer dan een onnavolgbaar magisch denken. En dat is het eigenlijke probleem van veel Cruijffiaanse wijsheden, die door hun ambiguïteit van alles kunnen suggereren, maar waar u achteraf gezien alleen maar wat over kunt gniffelen.

Het kan verkeren, zoals de dichter Bredero al zei.



Bronnen

> Top <

Dane Rudhyar - Statistical Astrology and Individuality

The fashionable thing today for any astrologer who wishes to show his or her intellectual competence above the level of popular astrology is to start a "project" in which statistics will be used as a research tool. Many such projects have been started; some have led to "interesting" conclusions; others were given up, for the research produced only statistical nonsignificant results. The most publicized statistical results were those obtained by French statistician Gauquelin; but many similar projects and their conclusions have been made in England, and in the United States, and no doubt in Germany. Perhaps the first scientist-astrologer to approach astrology statistically was another Frenchman, Paul Choisnard, who died in 1930.

Astrology as divination (See also Geoffrey Cornelius: The Moment of Astrology. Origins in Divination)

Waybread: After years of trying to get my head around the question of why astrology works (if it does) I have been edging towards the answer as divination. What do you think?

Zie ook: Het hele plaatje overzien.

Xantippe - De boosaardige vrouw van Socrates | Historiek

Psychologische Astrologie – Wikipedia

Die Psychologische Astrologie ist ein Teilgebiet der modernen, westlichen Astrologie. Sie wird von manchen Vertretern der Tiefenpsychologie, der Humanistischen Psychologie, der Transpersonalen Psychologie und Individualastrologie zur Entwicklung neuer Beratungs- und Therapiemöglichkeiten geprägt. Das Geburtshoroskop wird dabei vielfach als Abbild seelischer Anlagen, Denk- und Verhaltensweisen gedeutet.Diese gelte es zu verstehen, um sich so vor allem selbst besser kennen zu lernen, und im Idealfall alle Licht- und Schatten­seiten anzunehmen.
Alle methodisch korrekten empirischen Studien kommen zu dem Ergebnis, dass überprüfbare Aussagen von Astrologen statistisch nicht signifikant besser zutreffen als willkürliche Behauptungen.

Trump woedend na uitspraak Hooggerechtshof over belastingaangifte | Buitenland | AD.nl

Dane Rudhyar Archival Project - Astrology, Wholeness, Music, Theosophy, Art - The Official Dane Rudhyar Web Site

Drogreden - Wikipedia

Een drogreden (syn. schijnreden, sofisme) is een reden of redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt. Drogredenen worden vaak in discussies gebruikt, maar ook wel in andere situaties.

What is Evidence-Based Astrology?

UNESCO Science Report

Wat ziet een hond? - Doggo.nl

Jij bestaat niet

Verklarende beleidsdebat termen - Glossary of policy debate terms - qwe.wiki

Hocus pocus, pilatus, pas? Hoax! | Historiek

Einstein had ongelijk: God dobbelt wel | Trouw

De klimaatontkenners - Zembla - BNNVARA.



Noten

> Top <

Rudhyar verwijst veel naar tussen haakjes gezette woorden als “realiteit” en “hond”. Die gewoonte om de realiteit tussen haakjes te zetten is een kenmerk van de fenomenologische methode van de Duitse filosoof Edmund Husserl, die ook in Rudhyars geboorteland Frankrijk grote invloed heeft gehad:

De fenomenologie (van Oudgrieks phainómenon 'het zichtbare', 'verschijning' en lógos 'rede', 'leer') is een filosofische stroming in de hedendaagse filosofie ontstaan op de grens van de 19e en 20e eeuw, die uitgaat van de directe en intuïtieve ervaring van fenomenen, en hieruit de essentiële eigenschappen van ervaringen en de essentie van wat men ervaart probeert af te leiden. Zij gaat dus niet uit van bepaalde vooronderstellingen en is vrij van theorieën die verschijnselen causaal met elkaar in verband wil brengen. Centraal staat de notie van intentionaliteit: het denken of de ervaring is altijd gericht op iets (anders).

Daar zit inderdaad wel wijsheid in. Zo concludeerde Husserl dat ook de objectieve natuurwetten uiteindelijk gebaseerd zijn op subjectieve ervaringen van menselijke onderzoekers. Het gaat dus helemaal niet om op zich zelf staande natuurwetten. De door de wetenschappers beschreven natuurwetten hebben een relatie met de subjectieve mens. En daarom staan ze als modellen van de fenomenologische werkelijkheid beschreven in termen die mensen kunnen begrijpen. Voor een hond zou dat een reukspoor kunnen zijn, maar mensen ervaren de werkelijkheid meer visueel. Maar dat wil niet zeggen dat er geen kwalitatief verschil bestaat tussen incidentele subjectieve ervaringen van het jonge kind (mama bestaat, mamma is weg) en de meer objectieve en generieke fenomenen als de object-constantie, traagheid en vorm van de fysieke moeder in een kiekeboe spel.

Finally Statistics Says Something Positive About Astrology

> Top <

Het artikel Finally Statistics Says Something Positive About Astrology - Astrologers Forum (2019) bevat AN INVESTIGATION OF THE VALIDITY OF TRADITIONAL ASTROLOGY.pdf. De inleiding is een variant op het artikel van Rudhyar, maar de auteur Mersenne heeft wel wat meer verstand van onderzoek dan Rudhyar.

We all know what a statistical analysis of Astrology looks like.
• A hopeful researcher assembles a large set of horoscopes, all with some well-defined factor in common;
• Aspects between the Planets and Angles are plotted;
• The plots are compared to a hypothetical standard dataset without the distinguishing factor;
• Differences between the two are found to support, marginally, the hypothesis that there is some Astrological effect associated with the horoscopes’ common factor.
All of which is interesting, but unsatisfying. There is rarely an attempt to test the real assumptions of traditional Astrology, the existence and significance of, say, Signs and Houses. When there is such an attempt, the results always disappoint. At most, we get evidence that the Planets have significance.

Het argument begint met de constatering dat als onderzoekers als John Addey en de Gauquelins groepen personen onderzoeken, ze wel relatief kleine afwijkingen van het gemiddelde vinden, maar niet op plaatsen die de traditionele astrologen hadden verwacht.

When Addey plotted the Mercury-Mars Aspects of 1025 polio sufferers (Harmonic Anthology, 1976) the result was a fascinating demonstration that that there are regularities in the unfortunates’ birth charts. But there were no peaks at the traditional Aspects. When the Gauquelins plotted the births of 570 French sporting personalities (The Influence of the Stars, 1955), they demonstrated that the Angles did indeed divide the sky into significant sectors, but these sectors stood little comparison to the traditional Houses.

Maar in plaats van nuchter vast te stellen dat dergelijke afwijkingen waarschijnlijk of op zijn minst grotendeels op de sampling error berusten, komt de auteur weer met de bekende astrologische drogredenen aanzetten. Met een beroep op de psycholoog Jung, stelt hij vast dat dat astrologen zich met individuen bezig houden, niet met groepen.

Still, this shouldn’t have come as a surprise. A statistical investigation into traditional Astrology is problematic for two reasons.
The first concerns the nature of statistics. Every horoscope is unique and therefore not reproduceable as an experiment. Even identical twins typically have different Angular Degrees. Granted, there are striking similarities in the lives of many twins, even those separated at birth, but these form a very small sample for analysis. As Jung tells us:
“The distinctive thing about real facts… is their individuality. Not to put too fine a point on it, one could say that the real picture consists of nothing but exceptions to the rule, and that, in consequence, absolute reality has predominantly the character of irregularity.” (C.G. Jung, The Undiscovered Self.) And indeed, however large a dataset one assembles, it is always tiny compared to the possible number of horoscopes. This means that even a truly powerful Astrological effect can be easily swamped out.

Vertaalt naar de Corona tijd waarin we nu leven zou ik Jungs opmerking over de werkelijke feiten interpreteren als: Wat een feestende student of ieder ander ik werkelijk interesseert is of hijzelf Covid-19 al dan niet in een ernstige vorm zal oplopen. En hij hoopt natuurlijk ook niet dat het een belangrijk persoon in zijn directe omgeving betreft. Want dan wordt het een werkelijk levensfeit. Maar zolang de door de Corona epidemie gevallen doden en invaliden elders vallen, is het slechts een krantenkop over Verweggistan. En die statistische feiten raken ons individuele bestaan niet.

Maar wat volgt volgens hem daaruit? Dan maakt hij een vreemde gedachtensprong naar het feit dat als die individuele horoscopen zo complex zijn, dat sterke astrologische effecten gemakkelijk uitgewist kunnen worden door andere factoren in andere kaarten uit een steekproef. En natuurlijk door de vele niet-astrologische factoren, die hij hier niet noemt. Want daar houden kokervisionaire astrologen zich niet mee bezig.

Maar geldt dat uitwis-effect ook niet voor iedere per definitie complexe horoscoop? Hoe lossen astrologen dat probleem op? Door net als Rudhyar een beroep te doen op de metafysica van hun gedeelde beter weten.

So even the sample of 100,000 horoscopes is relatively tiny- and could be wildly divergent in the astrological significators associated with the common characteristic. When an Astrologer interprets a Chart, that soul is using information that cannot have been arrived at by statistical means, even if every person who ever lived had had a chart calculated and had left a complete life history!

Maar dat is net zoiets als het Gott mit uns op het Duitse koppel. De statisticus Friedrich Weinreb zou zeggen: G'd behoede dat! Hiervoor introduceert hij begrippen als ziel en Astroloog met een hoofdletter, die er natuurlijk veel meer van snapt dan de gewone man. Hoe werkt dat?

This raises an issue. If the original Astrology resulted from a no-longer existing rapport between humanity and environment, how did Neptune, Uranus and Pluto so quickly arrive at their (surely correct) interpretations?
I believe the answer lies in the way synchronicity works. As an analogy, when consulting the I Ching, one throw yields by far the most information- but after two or three throws, the oracle rebels or is exhausted. Earlier information is contradicted. Time has moved on, and the circumstances under which the original question was asked no longer pertain. I think that with the discovery of Uranus, humanity had its “first throw”; Neptune, its second; Pluto, its third. But those first three were sufficiently far apart to have "answered new questions"- therefore their names were genuinely synchronistic phenomena, and conveyed information about the three Planets' true natures.

Het bovenstaande is natuurlijk speculatie van jewelste, want hoe weten we dat we dat we de astrologische eigenschappen van de twaalf buitenplaneten kennen, zonder over historische data te beschikken van vele rondjes Pluto door tijd en wereld? Astrologen kunnen alleen maar zeggen dat ze geloven te weten hoe het systeem werkt. De kleine door hun ervaren wereld van een paar worpen met de dobbelsteen, zegt over die dobbelsteen voor hen genoeg.

Maar zijn aanname dat de eerste paar worpen bij I Ching de meeste informatie opleveren is natuurlijk geen bewezen feit. Dat is slechts een aanname van luie mensen die geen behoefte hebben om de gevonden zaken nader te onderzoeken. En het is is vooral een praktische aanname voor bijgelovigen, die naar een snelle oplossing zoeken.

Maar als door een metafysisch wonderkind bewezen werd dat de tienduizendste worp wél een correct antwoord op hun vraag gaf, dan zou die methode weliswaar zeer treffend zijn, maar niet zo handig, omdat de menselijke aard nu eenmaal ongeduldig is. En als iemand dat proces zou gaan automatiseren, dan zou de uitkomst vast wel niet meer kloppen, want dat gebeurt nu eenmaal met een zielloos apparaten die in tegenstelling tot de astrologische grootheden der aarde, wel met de Wet van Murphy te kampen hebben. Daarom zal een onpersoonlijke gebedsmachine waarschijnlijk ook niet werken, in tegenstelling tot een individueel gebed.

Het tweede argument dat hij tegen de statistische onderzoeksmethode geeft zagen we ook al bij Rudhyar terug: De ene arts is de andere niet.

The second concerns the nature of Astrology. Two people might become, say, doctors, but for very different reasons (altruism, money, family tradition, sibling rivalry), under very different circumstances (a scholarship, a gift, early in life, later in life), with very different methods (holistic, analytic, traditional, experimental) and specialities (from obstetrics to geriatrics), with greater or lesser luck, in very different environments (a hospital, a city practice, a country practice, the triage centre of a war zone). In these cases, their Horoscopes have very little in common; and what they do have in common may not be easily expressible in terms of a common occupation.

Omdat de ene arts kwalitatief gezien de andere arts niet is, zullen hun horoscopen ook wel verschillen. En dat is inderdaad het geval. Maar heeft dat iets met elkaar te maken? En hoe weet u dat? In ieder geval niet via statistische methoden, want zo werkt de Kosmos niet.

In the words of Dennis Elwell, “To the newcomer to this subject nothing seems easier than to prove the existence of the astrological by collecting the birth data of several thousand clergymen, soldiers, doctors and so on, or a similar number of sufferers from polio or dyslexia, and analyse the charts to find out what each group has in common. Interesting results may certainly be obtained that way, but there will also be many failures, and the reason is that the cosmos seldom operates in the categories which seem important to us. It has categories of its own, which cut across ours…” (Cosmic Loom, 1987).

God is toch steeds weer anders dan wat de mensen denken zouden moderne theologen zeggen. En als er een God die zoveel groter en veelzijdiger is dan mensen kunnen overzien bestaat, dan zal dit zeker wel zo kunnen zijn. Want een ieder mens ziet maar een klein deel van het geheel.

Daar gaat de parabel van de blinde mannen en de olifant over. Maar wat als die blinden gingen samenwerken? Als ze regelmatig van positie verwisselden en hun ervaringen met elkaar deelden? Zouden ze die olifant dan niet beter in kaart kunnen brengen?

Waarschijnlijk wel tot zover ze kunnen reiken. En met behulp van ladders zouden ze ook een wat grotere olifant systematisch kunnen betasten. Dat is wat empirische wetenschappers met behulp van hun meetinstrumenten trachten te doen.

Maar in het geval van de astrologie gaat dit verhaal niet op. Want iedere horoscoop heeft zoveel dimensies, parameterruimte zoals statistici het noemen, dat iedere olifant, dokter of andere entiteit er gezien weer heel anders uit ziet. En toevallig of niet, geldt dat ook voor hun horoscopen!

En die diversiteit aan horoscopen zien we blijkbaar ook in hun gedrag terug. Waarom is ieder individu anders dan een ander individu? Omdat hun horoscopen anders zijn. Voor een astroloog is dat nogal wiedus.

I mentioned that there were two problems with the statistical method. I didn’t say there were only two! The third problem is numerical. Suppose a researcher gathered together a sample of 100,000 horoscopes, each of whose Natives have some well-defined characteristic in common. By all the assumptions of statistics, this sample should be easily enough to decide any issue of significance on that matter. But taking into account even the seven traditional Planets only, and allowing some significance to each possible degree of separation, there are… well, there isn’t a name for the number of possible such horoscopes, but of the order of 1 followed by 17 zeros. And that’s not taking into account the “new” Planets and the Angles.

De parameterruimte is dus enorm. Statistisch onderzoek heeft dus geen zin.

So even the sample of 100,000 horoscopes is relatively tiny- and could be wildly divergent in the astrological significators associated with the common characteristic. When an Astrologer interprets a Chart, that soul is using information that cannot have been arrived at by statistical means, even if every person who ever lived had had a chart calculated and had left a complete life history!

Maar wat volgt daaruit? Moeten we dan maar de Gurus met de grote en vet geschreven G volgen? Of de Grote Astrologen met hoofdletters GA, die dit probleem van de dolende wereldziel voor u kunnen oplossen? Ik denk van niet. En ook de Grote Dictators kunnen dit probleem niet voor u oplossen.

Ik denk dat we ons beter kunnen focussen om een onderscheid te maken tussen de al dan niet astrologische relevante hoofd- en bijzaken. Want met een focus op de vele uitzonderingen op de regels lost u een basaal probleem niet op. U geeft daarmee slechts uw onwetendheid over deze problematiek aan.

Zei niet Einstein dat we geen problemen kunnen oplossen met onze gebruikelijke manier van denken?

We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them.

Astrologen zagen deze uitspraak van hun man (God dobbelt niet) als een zegen. De statistici hebben dus ongelijk. Maar Einstein was wel degenlijk een statisticus, die zowel de zegeningen als de beperkingen van de statistische methodieken inzag. Net zoals zoveel normale wetenschappers van vandaag.

Zonder statistiek zou er geen bevestiging van de wetten van Newton en Einstein zijn. En zouden die beide heren slechts betrapt kunnen worden op “gerede” speculatie op basis van eerder bij hun publiek bekend geachte veronderstelde feiten. Maar is dat nog steeds zo? Speelt dat nog steeds in het hier en nu?

Dat was de reden dat ik Basale statistiek en kansrekening voor astrologen (Dutch) met een apocrief Jezus woord begon:

Jezus sprak (*): "Toon mij de steen, welke de bouwlieden verworpen hebben. Het is de hoeksteen.".

> Top <